Gedichten
Gedichten
Jorge Luís Borges
Buenos Aires
En nu is deze stad een plattegrond
waarop mijn feilen en vernedering staan,
bij die deur zag ik de zon vaak ondergaan,
daar het beeld waar ik vergeefs te wachten stond.
Hier vind je wat ons allemaal verbindt
en dat ook mij door het ongewis verleden
en het wisselend heden is verschaft; hier smeden
mijn passen hun onpeilbaar labyrint.
Hier wacht de askleurige avondschemering
de door de ochtend toegezegde vrucht;
hier glijdt mijn schaduw met een licht gerucht
de al even ijdele laatste schaduw in.
Niet liefde, angst verbindt ons met elkaar;
misschien houd ik daarom zoveel van haar.
Uit: El otro, el mismo (1964)
Gedichten
Antonelle Anedda
Muziek
De dingen die ik noem in mijn gedichten zijn niet nobel
ze schuilen onder het gehemelte, oplettend
slechts bewust van de warme onwetendheid van de tong.
Wanneer ze luisteren, horen ze een beweging, de golf van een echo
die rode letters brengt, lotsbestemmingen en een maalstroom
van verloren stemmen - zoals altijd - uit de duistere diepte.
Dus zeg ik opnieuw: bomen - of liever gezegd - platanen
aangetrokken door water, staande gehouden door stenen, aan de randen.
Ongetwijfeld is dit moeilijk: kalm het wonder bezingen, de zwaarte
die aanwezig is in het licht, de schaduw die de tijd kruist
en verdampt in de geur van een weiland.
Alles is materie dat de ziel vertraagd bereikt
maar de herfst
Gedichten
Pierre van Laeken
Later
En als je mij dan later
eindeloos graag ziet,
je weet wel:
mij niet meer kunnen missen;
en je zo lang verkropen bent in vel
tot je lekker zit
te kwispelstaarten.
En als je dan
zolang getoverd hebt met leven
dat ik onopvallend ben geworden.
Neem dan mijn rimpels in je handen
en ween.
De jaren vlogen heen.
Jouw tijd vrat langzaam aan mijn randen.
Gedichten
Marleen de Smet
Van alle tijden
Ze woont in haar sloffen en hinkt
slijtgangen in haar hoofd. Voorbij
de verdwijnlijn de gloedlagen nu
het vage vuur. Ooit, ja ooit kroop
het oog de slingering van haar lenden
omhoog. Blijf, blijf. Maar wat blijft
weegt in haar weke lijf. Wacht, bleke
lijfwacht wacht, nog schittert licht in
haar witzilveren haren en in het zilver
bloost ze schemer, opent ze dagen
zoals morgens de moed: traag
in een, twee, drie verrekte veren.
Gedichten
Tomas Tranströmer
Allegro
Ik speel Haydn na een zwarte dag
en voel een simpele warmte in mijn handen.
De toetsen zijn willig. Milde hamers slaan.
De klank is groen, levendig en kalm.
De klank zegt dat de vrijheid bestaat
en dat iemand de keizer geen belasting betaalt.
Ik steek mijn handen diep in mijn haydnzakken
en doe als iemand die de wereld in alle rust aanschouwt.
Ik hijs de haydnvlag dat betekent:
'Wij geven ons niet over. Maar willen vrede.'
De muziek is een glazen huis op de helling
waar stenen rondvliegen, stenen rollen.
En de stenen rollen er dwars doorheen
maar iedere ruit blijft heel.
Gedichten
Gedichten
Tijs van Bragt
Rotterdam
Hier zijn geen velden
Boven de haven hangen wolken
En trams trekken lijnen van staal
De stad spreekt niet mijn taal
En de mensen groeten niet
Schippers lopen hier hun ritme
Hun avond brengt madammen
En in de ochtend is men brak
De bloesem pluist aan elke tak
Maar de mensen zien het niet
De stad waar ik geboren ben
Het eerste licht in mijn ogen
Onze lijn werd hier bewaard
Mijn naam in haar speelkaart
Maar de mensen weten niet.
Gedichten
Joyce de Badts
Kijk, sorry dat ik dit nu zo moet zeggen, maar
als gij uw tong laat uitrusten in mijn mond
dan is dat geen poëzie.
Kijk, het zit zo
als uw poot mijn hals omvat, mij zeker optilt
dan is dat godzijdank geen verhaal, zelfs geen aanzet daartoe.
Zie,
als gij uw armen opvult, met mijn rug bijvoorbeeld, dan ben ik
vergeef mij dat ik dit zo zeg, zo platvloers misschien, maar dan ben ik
gerief, hoe heet zo’n ding, een inbus, waar gij dingen recht mee trekt,
iets mee vastschroeft voor de eeuwigheid.
Of wat daarbij in de buurt komt.
En ik weet het, nogmaals sorry, maar ik ga dit toch liefde moeten
noemen.
Gij houdt niet van woorden, dat weet ik ook wel
