Klassiekers
Meander klassiekers
Besprekingen van de beste gedichten van de bekendste Nederlandse en Vlaamse dichters van na 1880.
Klassieker 297 : Anna Blaman – Winter
Hettie Marzak staat stil bij 'Winter', een sonnet dat Anna Blaman (1905 - 1960) publiceerde in 1940. Niet alleen de vensters zijn bevroren, maar ook de ‘ik’ zelf is verstard en koud als ijs. Voor het raam legt zij - eenzaam en alleen - het ‘bodemloos bestaan’ waarover ze nadenkt langs de meetlat van haar verwachtingen. Buiten worden de voetstappen, van een geliefde waar ze naar verlangden maar nooit had, langzaam ondergesneeuwd totdat er niets meer van te zien is.
Klassieker 296 : Paul Rodenko – Bommen
Yke Schotanus bespreekt in deze bange tijden een gedicht uit december 1945. Het gedicht 'Bommen' van Paul Rodenko (1920 - 1976). Een gedicht waarin de beklemming van een bombardement intens voelbaar wordt gemaakt.
Klassieker 295 : Hagar Peeters – Genoeg gedicht over de liefde vandaag
Joost Dancet bespreekt het titelloze gedicht 'Genoeg gedicht over de liefde vandaag' uit de gelijknamige debuutbundel uit 1999 van Hagar Peeters (°1972). Een gedicht waarin zij een ingenieus spel speelt met en over liefde en poëzie, minnaars en gedichten. Tegelijk psychologisch-existentieel en ironisch-grappig.
Klassieker 294: C.O. Jellema – Zomernacht
Fred Tak bespreekt 'Zomernacht' uit 'Stemtest', de laatste bundel van C.O. Jellema (1936 - 2003). Een gedicht dat als eerbetoon is aangebracht op een stenen trap in Leens, een dorp hoog in de provincie Groningen waar de dichter woonde toen hij stierf. Een gedicht dat je uitnodigt om stil te worden.
Klassieker 293 : F. Harmsen van Beek – Goede morgen? Hemelse mevrouw Ping
Yke Schotanus buigt zich met veel plezier over 'Goede morgen? Hemelse mevrouw Ping' van F. Harmsen van Beek (1927 - 2009). Het wonderlijke gedicht stond in haar spraakmakende debuutbundel uit 1965.
Klassieker 292 : Mieke van Zonneveld – Nee
Hettie Marzak bespreekt het prijswinnend gedicht 'Nee' (2013) van Mieke van Zonneveld (°1989). Een opvallend goed klinkend gedicht dat begint met een intrigerende droom en gaat over volwassen worden, rebelleren tegen het ouderlijk gezag, begeertes najagen en ontnuchterd wakker worden.
Klassieker 291 : Marcel Obiak – de herfstkleuren ruiteren tussendoor arlekijnfacetten
Jan Buijsse bespreekt 'de herfstkleuren ruiteren tussendoor arlekijnfacetten', een titelloos gedicht van de Vlaamse dichter Marcel Obiak (1936 - 2024) uit 1959. Een dichter die schilderde met woorden.
Klassieker 290 : Ed. Hoornik - Pogrom
René Leverink bespreekt 'Pogrom', een gedicht dat Ed. Hoornik schreef op 12 november 1938, twee dagen na de Kristallnacht. Het werd een sonnet met een reflectieve dimensie, waarin de dichter het ondenkbare voorvoelde.
Klassieker 289 : Hugo Claus – Het klemwoord huis: 7
Joost Dancet bespreekt 'Het klemwoord: huis - 7', een gedicht uit de iconische dichtbundel 'De Oostakkerse gedichten' (1955) van Hugo Claus (1929 - 2008). Hoe beklemd kan je je thuis voelen?
