Meandermagazine
Poëzie in beweging
Ode aan het brood
Poëzie is geen luxe, het is een eerste levensbehoefte, net zoals brood. Het graan en de taal staan voor ambachten die zo oud zijn als de mensheid: het zaaien-oogsten-kneden en bakken van brood, en het proces van poëtische creatie. Brood en poëzie zijn er om te delen. Een gedicht is pas een gedicht als het geconsumeerd wordt, gesproken, gelezen of beluisterd.
Grûntonger
Op vrijdag 6 februari – Sami nationale feestdag werd een drietalig project (Noord-Sami, Nederlands en Fries) in boekvorm gepresenteerd, dat de omineuze, als waarschuwing bedoelde titel ‘Grûntonger’ kreeg (onweer in de grond). De samenwerking van de vertalers Sofia Krol en Hessel de Walle had een opmerkelijke bloemlezing van 65 gedichten als resultaat. Wopke van der Lei heeft het met plezier gelezen.

Pim Cornelussen - Tot de zon zwelt
De eerste bundel van Pim Cornelussen, ‘Tot de zon zwelt’, heeft helemaal niets van een debuut, aldus Hans Puper. De vormgeving is doordacht, de bundel heeft een sterke samenhang en sommige regels onthoud je makkelijk door de bijzondere formuleringen, het ritme en de klankrijkdom. In de bundel worden geborgenheid en verbinding een verlangen naar geborgenheid en verbinding.

Interview Maarten van den Berg
‘Het diepste van mijn gevoel presenteren en dat anderen daarmee onderweg gaan, dat is wat ik graag nastreef.’ Maarten van den Berg wil elke dag zijn beste werk maken. Het knokken en opstaan, dat is wat hem gaande houdt. In de stoeprand van een taxistandplaats zijn de dichtregels te zien. Wat betekende het? Waarom stond het daar? Wat moest die gozer hiermee?

Bloemlezing - Ik sta in wilde schoonheid
Schrijver Susan Smit stelde de bloemlezing ‘Ik sta in wilde schoonheid’ samen, hierin staan gedichten over het vrouwenlichaam, geschreven door vrouwen. Dit wekte de interesse van Marc Bruynseraede, want: ‘Een titel als deze alarmeert natuurlijk ook het mannelijk deel van de bevolking, want waar wilde schoonheid op het programma staat, daar kan het mannelijk geslacht nooit ver uit de buurt zijn.’

Aafke van Pelt
Een taalfestijn, het werk van Aafke van Pelt, in een consequente eigen stijl. Heerlijk zinnelijk met woorden die ‘doorglijden in je open keel alsof je een oester leeggiet’, met ‘volhongere vingers’ en ‘suikerslagroomwolk’, ‘pistachekruimbestrooide’ en het ‘weezoete vet’ en ‘het kleverige proef-maar-alles op onze huid’ en ‘dat wat er nakomt’: ‘we smaken eindelijk vol’,
‘nasmaak die blijft spoken’.
