Meandermagazine
Poëzie in beweging

Bernadette Stom - Heimweecafé
Jeroen van Wijk noemt ‘Heimweecafé’ van Bernadette Stom een enigszins veilig, maar prima debuut: ‘Er is weinig op aan te merken, kwalitatief zijn ze in orde, er schuilen mooie beelden tussen de woorden, maar vaker wel dan niet blijft het daar ook bij.’ Gelukkig zitten er voldoende gedichten in die hem als lezer een fijne kluif geven.
Poëzie en zelfreferentie
Zelfreferentie tref je ook aan in de natuurlijke taal en daarmee in poëzie en humor, dus ook in deze column. Binnen poëzie ontstaat zelfreferentie als de dichter pogingen onderneemt om het onzegbare te zeggen. Het onbenoembare wordt benoemd. De lach blijft in veel gevallen eigenlijk ook ongrijpbaar. Het lijkt alsof we vaak niet weten waarom gelachen wordt.
Klassieker 299 : C.O. Jellema – Notitie bij een Friese kerkmuur
Jan Buijsse bespreekt het gedicht ‘Notitie bij een Friese kerkmuur’ uit 'Stemtest' (2003), de laatste bundel van C.O. Jellema (1936 – 2003). Hij ziet er hoe de lezer getuige is van een gebeurtenis, die voor de dichter een kort lichtend moment in de tijd is, een ervaring die een eeuwigheid inhoudt.

Anne Vegter - Projectmedewerkers
Johan Reijmerink bespreekt ‘Projectmedewerkers’ van Anne Vegter. Hij concludeert: ‘We hebben in deze bundel van Vegter van doen met zorgvuldig ingepakte en versleutelde poëzie. De schoonheid ervan openbaart zich in verrassende metaforen en snelle opeenvolgende situaties, gezien vanuit de alwetende verteller. De langs flitsende beeldopeenvolging overschaduwt soms de verstaanbaarheid.’

Interview Christina Flick
Christina Flick gelooft in taal ‘als een hongerig beest dat zin heeft in nieuwe vondsten en zich voedt via andere talen, misverstanden en fouten’. Poëzie speelt altijd al een rol voor haar, ze troost haar, voedt haar. Onlangs stuurde een vriendin een foto dat haar bundel bij de openbare bibliotheek van Amsterdam ligt. Daarvan droomde ze toen ze begon te denken aan een bundel.

Pieter Sierdsma - Losgemaakt
Jac Janssen bespreekt ‘Losgemaakt’ van Pieter Sierdsma: ‘De stijl ademt een tot rust gekomen aandacht voor het alledaagse, de thema’s neigen naar verstilling en observatie. Er gaat geregeld een wat bedaagde, bijna bezadigde sfeer vanuit die alleen een dichter met veel verleden kan oproepen. En tegelijk roepen die soms schijnbaar achteloze, dan weer poëtische zinnen zóveel vragen op dat ik het overzicht kwijtraak.’
