Recensies
Het Liegend Konijn 2022 / 2
'Het Liegend Konijn', onder de redactie van Jozef Deleu, bestaat twintig jaar. Twee keer per jaar brengt het tijdschrift een gevarieerd beeld van de actuele poëzie. In deze feesteditie komt gevestigd talent aan bod en uiteraard debuterende dichters. Tom Veys vindt dat er met deze selectie puik werk is geleverd en dat het tijdschrift zich blijft onderscheiden.
Trudy Dijkshoorn - Fijnstof
In ‘Fijnstof’, het debuut van Trudy Dijkshoorn, treft Maurice Broere gedichten aan die prettig in het gehoor liggen: ‘Naast de thematiek van eenzaamheid, gebroken liefdes, openbaar vervoer, zien we het Groningse land voorbij komen in mooie observaties. De verzen hebben een mooie klankkleur door het ingehouden gebruik van rijm. Kortom, een interessant debuut van een dichter van wie we meer moois kunnen verwachten.’
Lotte Dodion - Studio Haiku
‘STUDIO HAIKU’ van Lotte Dodion is een leerboek voor het schrijven van haiku. Op vlotte toon enthousiasmeert Dodion de lezer om aan de slag te gaan. Kenner van haiku, Jeanine Hoedemakers, ziet dat er voldoende gereedschap geboden wordt om te beginnen met schrijven, toch uit zij ook kritiek. Waarom wordt deze kwetsbare kunstvorm in het boek steevast gedegradeerd naar een gezellig tussendoortje? ‘Het gevaar schuilt er bij dit soort kwalificaties in dat de haiku naar het niveau van de hobbyschrijver wordt gedegradeerd.’ Een longread.
Biografie Theo van Doesburg - Ik sta helemaal alleen
Een longread van Herbert Mouwen over de biografie van Theo van Doesburg, ‘Ik sta helemaal alleen’, door Sjoerd van Faassen en Hans Renders. Een gedetailleerd werk, maar vlot geschreven en toegankelijk. Ook is ‘deze biografie één grote opsomming van weerstand bieden, ruzie maken en meedogenloze kritiek hebben op alles en iedereen.’ Als dichter blijft Van Doesburg een merkwaardige figuur, waar volgens Mouwen meer aandacht aan geschonken had kunnen worden in deze biografie. De typering ‘seismograaf van de avant-garde’ is ten slotte terecht, aldus Mouwen.
Kees Stip - Puntgaaf
Eindelijk is er weer een spiksplinternieuwe grote verzamelbundel van Kees Stip uitgekomen: 'Puntgaaf'. Ivo de Wijs, bijgestaan door Jaap Bakker, heeft een selectie gemaakt uit het omvangrijke oeuvre van deze illustere puntdichter. 'Puntgaaf' bevat nooit eerder gepubliceerde gedichten. Een longread van onze specialist op het gebied van Light verse: Inge Boulonois.
Roger de Neef - Het hier
Marc Bruynseraede dook in het ‘Gedichtenboek 1962-2022’ van Roger de Neef, ‘Het hier’ genaamd: ‘’Gedichten van Roger de Neef lezen is een feest voor het intellect en de honger naar speelse, soms kinderlijke buitelingen van jazzy vrijheid en bodemloosheid van het gevoel. ‘Het Hier’ is niet zomaar een bundeling van het geschrevene maar een terechte existentiële présence en intensiteit, waarmee de dichter ‘het leven celebreert in al zijn slordigheid’. ‘Hier’ staat voor het tijdloze en onverklaarbaar nu.’’
Paul Bezembinder - Duizelingen
Paul Bezembinder schrijft geen toegankelijke poëzie in zijn bundel ‘Duizelingen’, al levert het soms wel ingenieuze bouwwerken aan gedichten op. Peter Vermaat houdt wel van wat speur- en uitzoekwerk, maar komt tot de conclusie dat: ‘Het nadeel van intellectueel poëtische uitdagingen is dat ze te snel het karakter krijgen van raadsels, die – eenmaal opgelost – hun aantrekkingskracht verliezen.’
Joke van Leeuwen - Aan tafels
Æde de Jong recenseert de nieuwste bundel van Joke van Leeuwen, 'Aan tafels' en laat zich meevoeren in één lange, meanderende stroom poëzie. ‘Dat de lezer meegevoerd wordt in die zee van beelden komt ook door het bedwelmende, pakkende ritme.’ Met herkenbare motieven als de verstrijkende tijd en gemis ‘weet Van Leeuwen onze wereld trefzeker, zonder al te veel oordelen, in mooie beelden te vangen.’
Elvis Peeters - Ontwrichte gedichten
In ‘Ontwrichte gedichten’ van Elvis Peeters licht de dichter zijn poëtica toe in ‘Toegevoegd proza’. Dat kan nooit goed gaan. Hettie Marzak aan het woord: ‘Volgens Peeters moet een gedicht centraal staan als levende entiteit en gebruikt het de dichter als medium. Waar de gedichten beperkt bleven tot algemeenheden en registraties als mededelingen en omschrijvingen, daar ontwikkelt het proza zich als mystieke codetaal. Geen van beide overtuigen, het blijven lege woorden zonder betekenis.’
