Een gebeurtenis die een innerlijke snaar raakt

Joris Lenstra werkte jarenlang als poëzierecensent bij Meander. Ook schreef hij voor Meander tussen 2006 en 2008 een essayreeks over de verschillende aspecten van poëzie met de titel ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’. Behalve recensent is hij dichter, schrijver en vertaler van Engelstalige poëzie. Hij vertaalde onder andere ‘Poems in prose’ van Oscar Wilde en gedichten van Walt Whitman en Jack Kerouac. Momenteel is hij bezig met een vertaling van ‘A Coney Island of the Mind’ (1958) van Lawrence Ferlinghetti, een van de laatste grote dichters van de beatgeneratie. De bundel zal in 2015 in een tweetalige uitgave verschijnen bij uitgeverij Liverse.

Lees verder

Gedichten

In deze stad is de poëzie echt overal Mijn hart maakte een sprongetje toen ik de vuilnismannen hoorde. Vanuit hun hongerige wagen met op de zijkant een zwarte tekstregel riepen twee mannen door het open raam naar een jonge vrouw op de fiets: ‘Zeg, waar gaan die mooie beentjes heen?’ Dat was zowaar een pars pro toto! Dat het ook een cliché is, zij hen op deze zonnige ochtend wel vergeven.   Gedicht over Utrecht Toen ik Ingmar Heytze hoorde voordragen over een jongeman zittend aan een donkereiken tafel onder een kroonluchter in een grand café, waarvan er zoveel in […]

Lees verder

Gedichten

Mark de Kok

Psalm

Onderweg naar azuur springt er iets op rood,
ineens ben ik een blatend schaap te midden van een kudde.

Het is heet, ik heb dorst.
Een gordel snoert me om mijn borst, ik moet hier weg en gauw.
Ik blaas en snauw en dring me naar de voorgrond.

De herder komt al aangesneld en noemt me bij mijn naam.
Ik volg hem naar een bank in de schaduw van de palmen.

Hij is mijn vader, mij zal niets ontbreken.
Hij zal mij leiden naar de plaats, waar hij zijn messen slijpt.

Als ik straks geschoren ben, ga ik me baden bij de bron
in de rode avondgloed.

Lees verder

Gedichten

Laurens Hoevenaren

Eigen weg

Het was een bloeddoorlopen droom in niemandsland
die men wel heeft als men verzuimt
het lot te volgen: hij wilde nog naar Ameland
om vuur te maken op het strand met stokjes en wat stro,
en rauwe oesters eten.

Het was een droom als opgeschuimde melk
die lippen en de tong verbrandt,
zijn schubbig lijf een overspannen draak
die nooit gedoofd in onversleten maagdenschoot
tot stokvis was verdroogd.

Zelfs in zijn dromen was hij figurant
en doodgeboren, onzichtbaar buiten spel
en ook zijn dood zou niemand storen:
in zee ontbindt men snel.

Lees verder

De worsteling van de mens om zijn eigen weg te gaan

Dit jaar leverde de Turing gedichtenwedstrijd twee winnaars voor de hoofdprijs: De Vlaamse Ruth Lasters met het gedicht ‘Witlof’ en Laurens Hoevenaren uit Gelderland met ‘De zotte Charlotte’. Zijn tweede gedicht ‘Koningskinderen’ staat ook in de top tien.

Lees verder