Gedichten

Autobaan Duizenden kropen er laag bij de grond over loeiheet water; het droop van zelfbesef in die kleine binnenruimte. Daar, in die schelpkleurige wagen gestoffeerd met onze nauw gedreven lijven was het dat je zout van mijn bedolven jukbeen zoende -we reden door zeer fijn, droog zand- en al beten wij er niet in: Alles leek even van zacht goud te zijn dat op een rug van lucht naar links en rechts tussen onze tintelende vingers schilferde.   Neerleggen ‘Oh’, zei ze en ze wilde dat ze de uithaal van dat woord had kunnen afknippen om er een strakke, blanke […]

Lees verder

Een dichteres in een doosje

Amarantha Groen: ‘Toen ik nog een kind was en met mijn vader of moeder door de stad liep, keek ik altijd naar andere families en vroeg ik me af hoe het zou zijn om daar deel van uit te maken. Wat zouden ze eten voor ontbijt? Zouden ze opgefokt de dag doorbrengen of zouden ze één grote geoliede machine lijken? Zulke overdenkingen werk ik dan uit in gedichten.’

Lees verder

(10) De typografie van een gedicht

In deel 10 van ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’ gaat Joris Lenstra in op de functie van de typografie bij een gedicht. Aan het vele wit op een pagina herkennen wij een gedicht. Maar draagt dit ergens ook toe bij, of hebben dichters gewoon weinig te zeggen en verbloemen ze dat goed?

Lees verder