Gedichten

Anneke Haasnoot

TABEH MARINIER

Soms draaide hij muziek
Walste met haar de kamer door
Fluitte met opzet hard en vals
De man die zich op schilderles
Afzijdig hield bij het pauzeren

Zij bracht de stille kunstenaar
Dan altijd koffie

Met verbazing zag ik
Hoe hij tijdens reünies
Kleurrijk en met open blik
Tapijten conversatie knoopte

Voor mij bleef hij gesloten boek
Batik om magerte, mijn vader

Lees verder

Tegendraads gedachten strelen

‘Wat ik zelf betracht en zoek in het werk van anderen is het tegendraads gedachten strelen. Als dichter kan ik dit enkel met woorden die, in tegenstelling tot zuiver klank en kleur en vorm, altijd een toch wel afgebakende betekenis in zich dragen. Daarom hou ik van poëzie die een zintuiglijk genot kan oproepen en die kan worden gezongen als een lied’, aldus Guy Dierckx.

Lees verder

De muze als magneet

Anneke Haasnoot: ‘Van het scheppen op zich geniet ik intens. Dat ik tijdens het voorlezen het publiek soms een zucht kan horen slaken van ontroering of het kan horen schaterlachen, verbaast me steeds weer. Dat is een leuk extraatje dat me niet onberoerd laat natuurlijk. Het is des te meer reden om opnieuw stof te verzamelen en die te bewerken en dat altijd weer met behulp van de muze.’

Lees verder

Gedichten

Guy Dierckx

Ach (waarschuwing op een pakje tabak)

De wereld, laat deze wereld lijden
aan de ziekte der geleerden:
zij, die na de ontlasting
de handen wassen in onschuld

en, als alles om zeep is
wat bijverdienen met het grossieren
in één of andere therapie.

Alleen de namen van grote rokers
leven voort: ze vertrouwen op hun adem
wijl hun longen weigeren
het volmaakte na te praten.

Lees verder

Frans Budé – Bestendig verblijf

Poëzie Kort: Vijfentwintig jaar Budé door Bert van Weenen Sinds 1984 publiceerde de Limburgse dichter Frans Budé (1945) bij uitgeverij J.M. Meulenhoff in totaal elf dichtbundels: Vlammend marmer, Een leem, Grenswacht, Nachtdroom, De onderwaterwind, Maaltijd, In Remersdaal, Alles gaande, De trein loopt prachtig binnen, Blauwe rijst en onlangs zijn nieuwste Bestendig verblijf. In het gelijktijdig met Bestendig verblijf verschenen essay Dat niets meer voorbijgaat verdedigt Morriën-biograaf Rob Molin Budé tegen allerlei aantijgingen van epigonisme. Na Gerrit Kouwenaar, Hans Faverey en H.C. ten Berge is er gewoon een nieuwe generatie dichters gekomen voor wie het autonome karakter van de poëzie steeds […]

Lees verder