Gedichten

Mariken van de Bovenkamp

er ligt een lange nacht in mij te slapen
ik wek haar niet, wacht tot zij uit zichzelf ontwaakt
ik zal haar door de zomer dragen

in mijn armen stapelt zij mislukte dromen
ik kus de warme, natte krullen op haar wang
zo zijn wij voor elkaar geschapen

in september leg ik haar onder de bomen
zij breekt mijn water met haar eerste blik
dan staat zij op, loopt traag de verte in

Lees verder

Inspiratie als een onstuimige wind

Milo De Angelis (Milaan, 1951) wordt beschouwd als een van de grootste hedendaagse dichters in Italië. Met zijn debuut Somiglianze (1976), werd hij op slag bekend. In 2005 verscheen zijn succesvolste bundel, Tema dell’addio, waarin het verlies van zijn vrouw, dichteres Giovanna Sicari, centraal staat. De bundel werd in Italië bekroond met de prestigieuze Premio Viareggio 2005. Antoinette Sisto had een gesprek met hem en selecteerde en vertaalde een aantal gedichten.

Lees verder

Beter dan scheurend behang de verbeelding

‘Ik groeide op in het land van Maas en Waal, in Batenburg. Niet ver van Nijmegen. Ik vervlocht dat oude, dierbare land met het verhaal van Mariken, en dat weer met het mijne. En zo kregen mijn gedichten een verhalende en soms wat middeleeuwse sfeer, vermoed ik. Dus ja, de naam en die omgeving hebben mijn schrijven wel beïnvloed’, vertelt Mariken van de Bovenkamp.

Lees verder

Gedichten

Milo de Angelis

I
Quando su un volto desiderato si scorge il segno
di troppe stagioni e una vena troppo scura
si prolunga nella stanza, quando le incisioni
della vita giungono in folla e il sangue rallenta
dentro i polsi che abbiamo stretto fino all’alba,
allora non è solo lì che la grande corrente
si ferma, allora è notte, è notte su ogni volto
che abbiamo amato.

I
Wanneer je op een dierbaar gezicht de sporen ziet
van teveel voorbije seizoenen en een donkerblauwe ader
de kamer verduistert, wanneer de littekens
van het leven samenkomen en het bloed trager
stroomt door de polsen die wij vasthielden
tot het ochtendlicht, dan is het niet alleen daar dat de grote stroom
stilhoudt, dan is het nacht, nacht op ieder gezicht
dat we ooit hebben liefgehad.

Vertaling: Antoinette Sisto

Lees verder

Klassieker 126: Martinus Nijhoff – Verwachtingen en haren eenmaal grijs

Bettine Siertsema bespreekt het sonnet over een trambestuurder, het derde in de reeks van acht sonnetten ‘Voor dag en dauw’ die Martinus Nijhoff in 1936 publiceerde. De tramrit door de nog stille stad doet de bestuurder denken aan de solitaire schaatstochten die hij vroeger maakte. En plots is daar een heel bijzondere, vreemde smeekbede.

Lees verder