Kees Godefrooij

Kees Godefrooij is dichter te Amsterdam en een liefhebber van de literatuur van de Zwarte Romantiek. Hij schrijft zowel sonnetten als vrije verzen. In 2011 verscheen bij De Witte Uitgeverij zijn debuut Rouge Noir en in 2015 bij Kontrast Amoureuze mechanieken. Tevens verzorgt Godefrooij middels Stichting Spleen bijzondere uitgaven. In het voorjaar van 2019 komt er een nieuwe vertaling uit van Edgar Allan Poe’s duistere meesterwerk The Raven met reflecties van vijfendertig dichters, tevens staat de uitgave op stapel van de Marsman bundel, waarin meer dan zestig dichters reflecteren op het bekende gedicht Herinnering aan Holland. Als project in voorbereiding worden er momenteel een aantal gedichten van Paul Verlaine vertaald door Gerda Baardman, Simon Mulder en Mereie de Jong. Meer dan vijftig dichters zullen zich laten inspireren door het werk van Verlaine. Bij vrijwel alle uitgaven is dichter en creatieve duizendpoot Jos van Hest betrokken.

 

foto Babs Witteman

 

 

Amsterdam

Ze heeft de vacht en nagels van een kat
ontleent haar ritme aan het bruuske jachten
ligt soms te spinnen naast een dode rat
aanhalig, groots, tot vrijwel niets bij machte

ik wil de klanken horen van de stad
het brakke water snuiven in haar grachten
ik wil de poëzie die zij bevat
ervaren als ik bij een brug moet wachten

en zij het spitsuur voor een rust verruilt
ik zie haar schittering in regensferen
waarin een achteloze schoonheid schuilt

zo ook de plekken die haar gratie weren
ik ken de pleinen waar ze feest en huilt
en waar de Uitmarkt pronkt met al haar veren

 

Café

Wat zoek je toch in de kruipruimtes
van onze taal waar de stilte van het graf
heerst, in die woordenrijke brij van het
chronisch gebrek?

Het sensuele van de verzaking
de exotische uitwassen van een door
verveling geplaagd humeur dat steeds
weer opkrabbelt uit de verloedering
van een kater een leven dat vonkt in de
vervoering van de roes om duistere
verzen uit je rattenstomp te persen
verzen die zich loszingen van het
boudoir maar daar altijd weer in
terugveren door een strak getrokken
lippenlijn dat aan de bar van het
drukke café haar bestelling scandeert
en bruusk de ontwortelende mimiek
van het sublieme op je netvlies brandt
een oogopslag om voor te sterven, één
die de kroeg op haar grondvesten doet
wankelen…fatààl!

Het bier klotst over de rand van het glas,
op mijn broek en dat…vertel ik jou

 

 

Zee en wind

Ze spiegelt zich aan elk stuk land
en wispeltuurt gevaarlijk mooi
ze laat haar vloed, zonder verstand
onstuimig zwalken rond een prooi

deint schuimend om een haaientand
of licht matrozen van hun kooi.
Nu dient ze als een rafelrand
voor een verveelde Godefrooij

die zit te dromen aan het strand
waar traag haar golfslag hem bemint
en koel behoedt voor zonnebrand

soms strekt haar kus zich tot een lint
dan wist ze woorden uit het zand
die hij er neerschreef voor de wind

Geplaatst in Gedichten.