Klassieker 249: Harriet Laurey – De bruid

door Janine Jongsma

Meander Klassieker 249

Loreley, de debuutbundel van Harriet Laurey (1924 – 2004) verscheen in 1952. De bundel met gedichten over een verloren liefde vloog over de toonbank. Vooral het sonnet ‘De bruid’ heeft Janine Jongsma altijd al gefascineerd vanwege de diepere laag in het ogenschijnlijk zo eenvoudige gedicht.


De bruid


Hij is mij duizendmaal. Zoveel momenten
als in een spiegel ik hem binnenkwam,
en hij mijn beeld van hoofd tot voeten nam,
het niet te noemen wist, maar reeds herkende,

werd hij mij meer; werd mijn verblindheid hopen,
mijn twijfel en mijn hoge zegepraal
gesloten mond en ogen, zoveel maal,
dat ik niet meer uit hem vandaan kan lopen.

Hij is om mij een vijver stilstaand licht
en draagt voorgoed mijn binnenste gezicht.
Ik kan mij niet meer uit zijn spiegel breken.

En nog, als ik hem zo gebroken had,
hield elke splinter mij geheel omvat
omdat ik hem in ieder deel beteken.


Harriet Laurey (1924 – 2004)
Uit: Loreley (1952)
De Windroos serie
Uitgeverij Holland

Inleiding

Harriet Laurey (1924 Eindhoven – 2004 Reusel – Lage Mierde) heeft slechts twee dichtbundels uitgebracht voordat zij in 1954 trouwde met de liefde van haar leven en een gezin stichtte. In de avonduren, als haar kinderen naar bed waren, stortte zij zich op het schrijven van kinderboeken. Ze werd een zeer productief en succesvol schrijver in dat genre en publiceerde nooit meer poëzie.

Laureys debuutbundel Loreley (gedichten over een verloren liefde) verscheen in 1952 en die bundel vloog over de toonbank. Zo ook haar tweede bundel Oorbellen (liefdesgedichten in kwatrijnvorm) uit 1954. Waarschijnlijk valt dit te verklaren doordat Laurey warme liefdesgedichten schreef – om bij weg te zwijmelen – die het grote publiek aanspraken. Haar poëzie is gegoten in een strakke vorm en kenmerkt zich door een helder taalgebruik. De toon is bevlogen en romantisch. De bundeltitel Loreley verwijst naar het titelgedicht; de eenzame ‘Lorelei’ die als enige nymf achterbleef in de Rijn. Het is ook een verwijzing naar de overgang van meisje naar ontwaakte vrouw die voor het eerst begeerte heeft gevoeld voor een man; haar verloren liefde. Ze smeekt in het gedicht om de terugkeer van haar eerdere onschuldige zelf. De speelse verwijzing naar Laureys achternaam zal niemand ontgaan. U kunt hier het titelgedicht Lorelei lezen.

Blijkbaar waren twee bundels genoeg voor de poëziekenners om haar het dichterschap toe te kennen. Voor Laurey hoefde dit niet, dat station was ze gepasseerd, maar daar dachten de poëziekenners anders over. In 1971 schreef een vrouwelijke recensent in De Telegraaf dat zij de bundel Oorbellen ‘al vijftien jaar lang tot de beste Nederlandse liefdespoëzie’ rekende. Schrijver en dichter Joris van Casteren zegt in zijn boek In de schaduw van de Parnassus, gesprekken met vergeten dichters (2002): ‘Hoe graag zou ik gesproken hebben met Harriet Laurey, die na de oorlog met Hanny Michaelis als een van de talentvolste dichteressen gold.’

Het bekendste gedicht van Laurey is Sonnet voor Brabant met die prachtige eerste zin: ‘Op weg naar Brabant wordt de wereld warmer’. Het gedicht maakte haar in Brabant beroemd. En nog steeds: als een Brabander het sonnet leest, schiet hij vol. Zo verging het ook mij – als rasechte Brabantse – toen ik het voor het eerst las. Het is dan ook een wonderschone ode aan Brabant en zijn inwoners.

Het gedicht

‘De bruid’ heeft mij altijd gefascineerd, vanwege de diepere laag in het ogenschijnlijk zo eenvoudige gedicht. Het is een klassiek sonnet, 14-regelig met twee kwatrijnen en daarna twee terzinen. Het rijmschema is  abba – cddc – eef – ggf. De volta (wending) komt in de laatste strofe. Typerend is dat dit gedicht staat in haar eerste bundel Loreley dat als autobiografisch thema heeft: verdriet na het verlies van een grote liefde. Schreef zij dit toen ze nog smoorverliefd was op haar geliefde, zag zij zichzelf al zo staan voor het altaar? Of heeft ze zichzelf als bruid neergezet terwijl ze liefdesverdriet had en beeldt zij zich in dat zij de breuk veroorzaakt? Misschien een vorm van zelftherapie?

De allereerste zin maakt meteen duidelijk waaraan de bruid denkt op haar trouwdag: ‘Hij is mij duizendmaal.’ Wat natuurlijk zegt dat hij haar alles is, maar tegelijkertijd zegt ze; hij is mij maal duizend. Ze schat hem hoger in dan zichzelf! In de tweede, lange zin die begint met ‘Zoveel momenten / als in een spiegel ik hem binnenkwam, / en hij mijn beeld van hoofd tot voeten nam’, gebruikt ze ‘spiegel’ als metafoor voor zijn ogen – ogen zijn de spiegels van de ziel – die haar van top tot teen opnamen. Die haar verslonden, lees ik erin en die blikken roerden iets in haar dat haar vrouwelijk onderbewustzijn herkende als aantrekkingskracht, die sterker werd naarmate ze hem vaker zag.

In strofe twee wordt het onduidelijk: ‘werd mijn verblindheid hopen, / mijn twijfel en mijn hoge zegepraal / gesloten mond en ogen, zoveel maal, / dat ik niet meer uit hem vandaan kan lopen.’ In eerste instantie lijkt ze te zeggen dat ze door haar verliefdheid verblind was en toen hoop kreeg dat de liefde wederzijds zou zijn. Haar ‘hoge zegepraal’, wat een verheven triomftocht is, is dat dan haar huwelijksdag? Het klinkt onaangenaam. De ‘gesloten mond en ogen’ zouden kunnen verwijzen naar het roerloos staan met gebogen hoofd voor het Maria-altaar. In de katholieke kerk steekt het bruidspaar een kaars aan bij Maria en neemt dan een moment van bezinning. Wat dan tevens betekent dat de bruid hier alles overdenkt wat in het gedicht staat – het lied Ave Maria duurt bijna drie minuten. Wat ook nog kan is dat haar ‘hoge zegepraal’ in combinatie met ‘gesloten mond en ogen’ betekent dat zij niks losliet over zichzelf, misschien een masker droeg uit onzekerheid? Waardoor ze juist verwaand overkwam?

Ik geloof niet dat die versies kloppen. Ik lees in die verblindheid dat haar eigen droombeeld van hem bewaarheid wordt. Haar twijfel is nog aanwezig maar tegelijkertijd viert ze een groot overwinningsfeest (‘hoge zegepraal’) telkens wanneer hij haar kust (‘zoveel maal’). Dat laat haar twijfel naar de achtergrond verdwijnen. ‘Gesloten mond en ogen’ is het moeilijkste dan om hier te interpreteren omdat je dit niet verwacht, misschien verwijst het naar het moment pal voor de kus. Met opgeheven gezicht in afwachting van zijn mond, precies zoals op de filmposter van Gone with the wind. Dus eigenlijk met geloken ogen en nog net gesloten mond. We moeten bedenken dat Laurey als ze dit schrijft een romantische jonge vrouw van 28 jaar is uit de jaren vijftig. Ze heeft haar hart aan hem verloren.

Strofe drie opent met een prachtig beeld: ‘Hij is om mij een vijver stilstaand licht’, hij zet haar zonder ophouden in een stralenkrans, de vijver weerspiegelt dit. Vervolgens draagt hij voor altijd haar ‘binnenste gezicht’. Niemand anders dan hij kent haar ware ik. Dan volgt de zin waar naar mijn mening de essentie ligt van dit gedicht: ‘Ik kan mij niet meer uit zijn spiegel breken’. Ambigu: ze kan niet meer zonder hem of zoals hij haar ziet daar kan ze niet meer zonder? De spiegel die hij haar voorhoudt, daar kan ze niet uitbreken. Ik nijg naar het laatste.

Dan de verrassende volta: ‘En nog, als ik hem zo gebroken had’. Zegt ze nu dat als zij haar geliefde zou breken, zij nog in elke vezel van hem zou bestaan? Of bedoelt ze iets anders? Wat als ze zichzelf en hem zo teleurstelt, dat haar (zelf)beeld uit elkaar spat – dat de spiegel breekt? Dan nog behoudt zij haar stralenkrans, ook als ze aan gruzelementen ligt, zal hij haar nooit anders kunnen zien ‘omdat ik hem in ieder deel beteken’.

In dit gevoelige gedicht kijkt de bruid naar zichzelf vanuit haar bruidegom en alles bepalend is hier: hoe hij haar ziet, hoe hij haar een spiegel voorhoudt waarin zij zichzelf ziet door zijn ogen, de spiegels van de ziel.

Janine Jongsma

Mijn dank gaat naar Joost Dancet en Hans Puper voor het kritisch meelezen.

Meander Klassiekers

In deze rubriek bespreken we elke maand een bijzonder gedicht, dat de tand des tijds heeft doorstaan. Of zal doorstaan. Sinds 2000 zijn in deze reeks ruim 200 analyses verschenen. Klik hier voor recente klassiekers, en hier voor een overzicht van de klassiekers vanaf 2000 – heden.

Reageren op deze bespreking?

Neem contact op met de redactie: Xklassiekers@meandermagazine.nlX (verwijder de hoofdletters X uit dit adres)

Zelf een bijdrage leveren?

Mocht u zelf ideeën hebben voor een bespreking, neem dan tijdig contact met ons op: Xklassiekers@meandermagazine.nlX (verwijder de hoofdletters X uit dit adres)

Joost Dancet, redacteur Meander Klassiekers

Geplaatst in Klassiekers.