Wat Maakt Een Gedicht Goed? (3)

door Karel Wasch

Een goed gedicht.

De Poolse schrijver en lastpak Witold Gombrowicz (19094-1969) hield er vreemde ideeën op na en shockeerde vaak in zijn geschriften. Maar een uitspraak over gedichten van hem koester ik al jaren: “Een goed gedicht, is een mysterie in zichzelf.” Het wil zeggen dat een gedicht zich pas langzaam ontsluit na een aantal herlezingen. Voor verschillende mensen verschillende betekenissen kan hebben.

Verder hanteer ik zelf bij jureren en recenseren een aantal simpele criteria. Een meetlat waar ik het gedicht mee opmeet:
• Is de taal coherent in het vers? Hoe absurd ook, de taal vormt het skelet, fysiek lichaam van het vers.
• Overschrijdt de dichter niet het volume van het gedicht door blabla of flauwe grappen? Kortom, maskeert hij door dikdoenerij zijn onkunde?
• Zijn de witregels even mooi als de regels met tekst? Weten ze spanning op te roepen?
• Gaat de dichter niet voor zijn eigen vers staan en daarmee voor de lezer?
• Heeft het gedicht een ‘sturende gedachte?’
Dat laatste behoeft enige uitleg. Gaat het gedicht over moord (Achterberg), dan kan het nog een goed gedicht zijn. Want het kan zo universeel geschreven zijn, dat die moord niet tussen ons en het gedicht staat. Gaat het specifiek over de schuld van de poëet, dan is het meer therapeutisch en dus het probleem van de dichter en niet van de lezer.
Het gedicht wordt een bekentenis of een verzuchting en die zijn allebei zelden lezenswaardig.

Waarmee niet gezegd is dat je niet gewoon van een vers kunt genieten zonder deze criteria te bezien. Maar soms zijn het wegwijzers, juist bij vaak hermetische of ingewikkelde poëzie.
Tot slot een leuke oefening: Probeer een gedicht te maken dat nergens over gaat. Dat zal niet meevallen! Succes!

 

Karel Wasch is schrijver, dichter, essayist, columnist en recensent.

 

foto (c) Alja Spaan, juli 2008

 

 

Geplaatst in Column.