Anouk Smies – De drang om niemand af te maken

De nieuwste bundel van Anouk Smies ‘de drang om niemand af te maken’, is volgens Wim Platvoet een poëtische verwoording van relevante maatschappelijke thema’s: ‘Zijn ze als gedichten zelf betrokken bij de thema’s die ze behandelen – of overheerst de poëtische verwerking. Ik weet het niet. Misschien zijn de gedichten iets te afstandelijk, terwijl de onderwerpen schreeuwen om woede.’

Lees verder

“Zonder poëzie zou mijn leven zoveel armer zijn.”

Eindelijk kan Hedwig Du Jardin zoveel tijd en aandacht besteden aan haar poëzie als zij wil. Dat maakt ons en haar gelukkig. Haar gedichten raken persoonlijk, ‘gelouterde uitspraken die een waarheid achterhalen’. Ze bevatten niet alleen herinneringen of ervaringen maar wijzen ook op de klimaatproblematiek, het ouder worden en het leven van alledag. Poëzie als vorm van bezinning en verdieping.

Lees verder

Pol Bracke – Er is geen plan

Marc Eyck ontdekt in de tweede bundel van Pol Bracke, ‘Er is geen plan’, melancholische gedichten zonder overbodige woorden. ‘Kracht krijgen de gedichten door het gebruik van binnenrijm en taalgebruik die nooit als gekunsteld overkomen. Bovenal toont de dichter zich een melancholicus met een duister randje.’

Lees verder

Wat Maakt Een Gedicht Goed? (10)

Een nieuwe serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend. Het tiende antwoord komt van Jan Loogman.

Lees verder

M.H.H. Benders – Traktaat van de zon

Peter Vermaat over ‘Traktaat van de zon’, de verzamelde gedichten van M.H.H. Benders: ‘De recente bundels, evenals het ongehinderd Benderse nawoord van het Traktaat, tonen bladzij na bladzij vooral de dwarsschrijver, de tegenwerker die Benders is, of in elk geval wil tonen te zijn. Literair gesproken lijkt Benders op een dood spoor te zitten, waarbij wat Benders schrijft steeds uitsluitender relevant blijkt voor Benders zelf. Hij sijpelt als het ware weg door zijn eigen gootsteen.’

Lees verder