T.S. Eliot – Vier kwartetten

‘Zoiets zou ik graag in verzen bereiken voordat ik sterf.’

door Hans Puper




De nieuwe tweetalige uitgave van Four Quartets / Vier kwartetten van T.S. Eliot is ingeleid, vertaald en van aantekeningen voorzien door Paul Claes. Hij nam ook een uitgebreide bibliografie op. Hij bezorgde ook The Waste Land / Het barre land in 2007 en Gedichten 1917 – 1930 in 2019. Half juni verscheen een herziene uitgave van Het barre land. Boven zijn inleiding, ‘T.S. Eliot tussen tijd en eeuwigheid’ plaatste hij een citaat van Walter Pater: ‘Alle kunst streeft er voortdurend naar om muziek te worden.’ Als íemand dat waarmaakt, is dat Eliot, zoals zal blijken.
De kwartetten hebben de volgende titels: ‘Burnt Norton’, ‘East Coker’, ‘The Dry Salvages’ en ‘Little Gidding’. Ze verschenen achtereenvolgens in 1936, 1940, 1941 en 1942. Het zijn plaatsten die een rol hebben gespeeld in zijn leven: Burnt Norton is een Engels landgoed waar hij met zijn vroegere vriendin Emily Hale wandelde, East Coker is het stadje van waaruit zijn voorvader Andrew Eliot naar Amerika emigreerde, The Dry Salvages een rif voor de kust van Massachusetts waar hij in zijn jeugd vaak zeilde en in Little Gidding (in de omgeving van Cambridge) staat de anglicaanse kapel die hij vaak bezocht. In dit deel verwerkte hij ook zijn ervaringen als blokhoofd aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

De kwartetten gaan over uiteenlopende aspecten van de tijd, gezien vanuit het perspectief van de ouder wordende dichter. Chronologie, cyclisch tijdverloop, vergankelijkheid, het subjectieve besef van verleden heden en toekomst, de stilstaande tijd van de eeuwigheid – ik ben hiermee nog niet volledig. De beschrijvingen van de extasen die je kunt beleven in het eeuwigdurend nu zijn soms prachtig: het volledig opgaan in het nu, boven jezelf uitstijgen, eenwording, zoals met muziek. Je krijgt een glimp van de eeuwigheid en bij Eliot is dat veelal een religieuze beleving. ‘Burnt Norton’ begint meteen prachtig: ‘Time present and time past / Are both perhaps present in time future, / And time future contained in time past.’ (p. 28)

Eliot had een grote bewondering voor Beethoven. Een citaat uit de inleiding van Claes: “Over het strijkkwartet in a (opus 132) schreef hij aan Stephen Spender: ‘In sommige van zijn laatste stukken weerklinkt een soort hemelse of althans meer dan menselijke vreugde, die, zo verbeeld ik me, ons na diep lijden te beurt valt als vrucht van verzoening en verademing: zoiets zou ik graag in verzen bereiken voordat ik sterf.’” (p. 9). Opus 132 was een belangrijk voorbeeld voor de compositie van de Vier kwartetten, die ieder ook uit vijf delen bestaan.
Met één keer lezen ben je er niet. ‘Einmal ist keinmal’ – was het niet Kundera die dat schreef? Het is in ieder geval een uitspraak die ik nooit ben vergeten. Een eerste lezing, en wellicht ook een tweede, dient als voorbereiding. Pas daarna zie je hoe ingenieus Eliot het werk heeft geconstrueerd. Je ziet de verbeelding van het muzikale: de leidmotieven, contrapunten, tempowisselingen, herhalingen, de varianten en dat alles volkomen in harmonie met inhoud en stemmingswisselingen. Daarbij past de variatie in versvormen. Claes: ‘De versificatie is even virtuoos als gevarieerd. Jambische vier- en vijfvoeters wisselen af met vrije verzen van drie tot acht heffingen. Tempowisselingen worden gesuggereerd door langere en kortere regels. Repetities, modulerende variaties en leidmotieven maken de muzikale analogie compleet.’ (p. 17). De tempowisselingen zijn soms zeer abrupt. Een mooi voorbeeld vind je tussen een sestina en een prozaïsch vrij vers, slechts gescheiden door een witregel. (Van oorsprong eindigt een sestina met een drieregelige strofe; die ontbreekt hier). De eerste zes regels van dat prozaïsche gedeelte (p. 75):

Bij het ouder worden lijkt het wel
Of het verleden een ander patroon krijgt en niet langer een verloop is –
Laat staan een ontwikkeling – dat laatste denkbeeld is deels een dwaling
Ten gevolge van een oppervlakkige kijk op de evolutie,
Die voor de doorsneemens een middel wordt om het verleden te verwerpen.

De leidmotieven weven zich door de kwartetten, zoals verbeeldingen van de levensweg: de weg naar East Coker, een spoorbaan en het schuimspoor achter de ‘stampende lijnboot’. Ook klokken horen we regelmatig om ons eraan te herinneren dat het leven eindig is.

Nog een mooi voorbeeld van muzikale samenhang zien we in deel II van ‘Little Gidding’, op basis van de ‘centrale natuurelementen’ (Claes) in de achtereenvolgende kwartetten: lucht, aarde, water en vuur. In ‘Burnt Norton’ bijvoorbeeld de trillende buitenlucht tegenover de fletse lucht van Londen, of in ‘Little Gidding’ ‘het vuur van de midwinterzon (I 4), de vurige tong van de heilige Geest (IV 2-3), het vuur van brandstapel en vagevuur (IV 7, 11, 14) en het vuur van de liefde (V 46)’. (‘Aantekeningen’, p. 161).
In deel II van ‘Little Gidding’ komen deze elementen op een lugubere manier samen. Bij de eerste lezing valt je dat nog niet op, omdat je het laatste kwartet nog niet kent. Het gaat om de beschrijving van een bombardement door de Luftwaffe op Londen. Ik citeer dit deel in zijn geheel (p. 94/95).

II

Ash on an old man’s sleeve
Is all the ash the burnt roses leave.
Dust in the air suspended
Marks the place where a story ended.
Dust inbreathed was a house –
The wall, the wainscot and the mouse.
The death of hope and despair,
This is the death of air.

There are flood and drouth
Over the eyes and in the mouth,
Dead water and dead sand
Contending for the upper hand.
The parched eviscerate soil
Gapes at the vanity of toil,
Laughs without mirth.
This is the death of earth.

Water and fire succeed
The town, the pasture and the weed.
Water and fire deride
The sacrifice that we denied.
Water and fire shall rot
The marred foundations we forgot,
Of sanctuary and choir.
This is the death of water and fire.

II

As op een oudemannenjas
Is al wat rest van rozenas.
Stof dwarrelt in de lucht
En slaakt de laatste zucht,
Stofadem was een huis –
Met muur, beschot en muis.
De dood van hoop en vlucht,
Dat is de dood van lucht.

De vloed spoelt de dorre grond
Over de ogen en in de mond,
Dood water met dood zand
Strijdt om de overhand.
De bodem gaapt uitgeput
Naar zwoegen zonder nut,
Een lach die niemand spaarde.
Dat is de dood van aarde.

Water en vuur verwoesten ras
De stad, het weiland en het gras.
Water en vuur grijnzen
Om offers die wij veinzen.
Water en vuur gaan vreten
Aan wat wij zijn vergeten:
De kerk en de koormuur.
Dat is de dood van water en vuur.

Claes doet in zijn vertaling recht aan inhoud, metrum en het gepaard rijm, ook als hij (noodzakelijkerwijs?) wat vrijer vertaalt: ‘Dust in the air suspended / Marks the place where a story ended.’ – ‘Stof dwarrelt in de lucht / En slaakt de laatste zucht,’. Waarom hij de punt na ‘ended’ verving door de komma na ‘zucht’ weet ik niet. Een drukfoutje?

De inleiding is zeer verhelderend, zoals moge blijken uit de citaten. Ook de aantekeningen – vaak per regel – zijn indrukwekkend. Een voorbeeld: In het tweede kwartet, deel IV, staat: ‘The whole earth is our hospital’. In zijn aantekening op p. 141 en 142 schrijft Claes: “De wereld als ziekenhuis is een vaak voorkomende [sic] beeld. Thomas Browne, Religio Medici (1643), II, 12: For this World, I count it not an Inn, but an Hospital, and a place not to live, but to die in, ‘Want ik beschouw de Wereld niet als een Herberg, maar als een Hospitaal en niet als een plek om te leven, maar in te sterven’; J.S. Bach, ‘Cantate 25’: ‘Die ganze Welt ist nur ein Hospital, ‘De hele wereld is slechts een hospitaal’; Charles Baudelaire, ‘Anywhere out of the World (Le spleen de Paris, 1869): Cette vie est un hôpital, ‘Dit leven is een hospitaal.’” Geweldig, zulke aantekeningen.

Tot slot een prachtig citaat over de stijl, die de dichter voortdurend moet vernieuwen. Wat hij hieronder schrift, lijkt even vanzelfsprekend als moeilijk bereikbaar. Het is het begin van het laatste deel van het vierde kwartet (p. 109):

Wat wij het begin noemen is vaak het einde
En een einde maken is een begin maken.
Het einde is ons vertrekpunt. En elke uitspraak,
En elke zin die juist klinkt (waarin elk woord zich thuis voelt,
Zijn plaats inneemt om de andere woorden te ondersteunen,
Een woord dat niet bedeesd en niet opdringerig is,
Een ongedwongen omgang tussen oud en nieuw,
Het gewone woord dat exact is zonder vulgair te zijn,
Het plechtige woord dat precies is maar niet pedant,
Het voltallige gezelschap dat samen danst)
Elke uitspraak en elke zin is een einde en een begin,
Elk gedicht een grafschrift (…).’

Deze door Claes bezorgde uitgave is een must voor iedere liefhebber van Eliot.

____
T.S. Eliot (2022). Four Quartets – Vier kwartetten. Vertaling en commentaar Paul Claes. Koppernik, 181 blz. € 24,50. ISBN 978908321271

Geplaatst in Recensies.