LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Micha Hamel – Verzamelde gedichten 2003-2023

4 nov 2026

–

–

De zelfbloemlezer

door Peter Vermaat

–
Iemand wil blijkbaar ergens een punt achter zetten. Bij uitgeverij Pluim verschenen dit jaar de Verzamelde gedichten 2003-2023 van Micha Hamel (1970), in een mooi vormgegeven gebonden uitgave met stofomslag. Ook een ander punt moet kennelijk worden gemaakt: ‘Voor de eerder verschenen bundels ontving de auteur beurzen van het Nederlands Letterenfonds. Van de losse gedichten staan de opdrachtgevers achterin genoemd. Deze uitgave kwam tot stand door middel van een donatie van het Cultuurfonds en een crowdfunding via Voordekunst,’ staat er op de pagina met drukgeschiedenis, copyright, omslagontwerp, ISBN en – heel kunstig – een eerste gedicht: ‘Geen enkel deel van dit boek mag worden gebruikt voor het trainen van kunstmatige intelligentie.’ Meteen op de andere pagina gevolgd door de tekst ‘ANDER WERK VAN MICHA HAMEL’ die bestaat uit titels van publicaties met jaar van uitgave en bijbehorende nominaties en gewonnen prijzen.
–
En dan, meteen al in de inhoudsopgave, zien we iets opmerkelijks. Waar je een chronologische opeenvolging van (desnoods een keuze uit) de tussen 2003 en 2023 verschenen poëziebundels zou verwachten, met tot nu toe ongebundelde of zelfs ongepubliceerde gedichten daarna of daar tussenin, worden de gedichten nu gerubriceerd, bijvoorbeeld ‘NATUUR’ (6 stuks), ‘LIEFDE EN EROTIEK’ (30 stuks), ‘MUZIEK’ (4 stuks), ‘KUNSTENAARSCHAP’ (24 stuks), ‘HERINNERINGEN’ (6 stuks) of ‘ALLERLEI’ (14 stuks). Bij geen enkel gedicht wordt vermeld uit welke van Hamel’s eerste vijf bundels ze afkomstig zijn (op p. 346 blijkt dat het inderdaad gaat om vijf bundels, eerder verschenen bij Atlas Contact, terwijl de bundel is daar iemand, verschenen bij Pluim in 2023, in zijn geheel buiten deze uitgave is gebleven).
–
Er gaat mij een lichtje op. Vermoedelijk is er gezocht naar een foefje om op een eenvoudige manier uit te komen onder de rechten van Hamel’s vorige uitgeverij, door de indeling van die bundels geheel op de schop te nemen en daaraan nog eens expliciet toe te voegen: ‘Voor vrijwel alle eerder verschenen gedichten in deze uitgave geldt dat ze zijn herzien en verbeterd’ (p. 347) ontstaat immers ‘een nieuw werk’. Waaruit die herzieningen en verbeteringen dan bestaan wordt nergens expliciet gemaakt, want p. 348 en p. 349 worden besteed aan ‘alle donateurs die deze uitgave mogelijk hebben gemaakt’. De auteur als zelfbloemlezer: je moet er iets voor over hebben om je uitgever een pleziertje te doen. Een gemutileerde bloemlezing bovendien, zo zonder toelichting en verantwoording. Ook het geheel ontbreken van de meest recente bundel blijft hierdoor vreemd. Alsof je je jongste kind vergeet te vermelden op de polis van je ongevallenverzekering.
–
Het noeste handwerk van de bespreker neemt nu zijn aanvang. Hoe kan ik immers de bewering ‘herzien en verbeterd’ wegen wanneer ik niet weet ‘wat was en wat werd’? Eerste proef: ‘Hoe nu, mooie’ (19 regels – en 4 als voetnoot -, p. 81), vergeleken met de publicatie in 2003 in De Gids (gevonden via DBNL, 54 regels): meer dan de helft – beschrijvend, niet al te puntig proza – verwijderd: verstandige ingreep. Tweede proef: ‘Leuk dat jullie er zijn’ (p. 167), vergeleken met de versie uit Nu je het vraagt (2010, zoals door ‘km’ op 1 februari 2023 geplaatst op gedichten.nl: naast het toevoegen van een titel plus een aantal aanhalingstekens en het op enkele plaatsen anders afbreken van de regel zijn er woorden aangepast; ‘kan lokken’ voor ‘los kan lokken’, ‘deze mogelijke’ voor ‘dit type’, ‘in – 7,8 – ’ voor ‘in 7,8’, ‘wijkende haarlijn die’ voor ‘kalend voorhoofd dat’, ‘negen minuten’ voor ‘acht minuten’, ‘interrumpeert’ voor ‘zegt’, ‘borstelig behaarde’ voor ‘rugbehaarde’, ‘gewillig’ voor ‘grager’ en ‘opgehaald’ voor ‘afgehaald’: achterstallig redacteurswerk. Derde proef: ‘Restaurant’ (p. 202), vergeleken met de versie uit Bewegend doel (2013, geplaatst op de website van Poetry International): geen enkel verschil. ‘Vrijwel alle’, jazeker, het staat er, dus het mag. Vierde proef: ‘Zeggen’ (p. 315), vergeleken met de versie uit Nu je het vraagt (2010, geciteerd door Fabian Stolk op 27 augustus 2010): geen enkel verschil. Opnieuw. Ja, idem. Vijfde en voorlopig laatste proef: ‘Woensdag’ (p. 56), vergeleken met de publicatie in 2003 in De Gids (eveneens gevonden via DBNL): ‘gehannes’ voor ‘geknoei’, ‘pyramidetop’ voor ‘piramidetop’ en ‘drenkplaats’ voor ‘snijpunt’, klopt, bijschaven loont; maar waarom – zonder annotatie – teruggegrepen op het (althans volgens de WNT) foutieve en archaïsche ‘pyramide’? Voorlopige slotsom: een aantal gedichten is merkbaar herzien en meestal ook in de goede richting. Maar met drie uit vijf zeker niet ‘vrijwel alle’.
–
Nu leent de manier van schrijven bij Hamel zich er bij uitstek voor om – na tien of twintig jaar – nog eens met de steekbeitel en de guts langs het houtwerk te gaan. De auteur heeft er een handje van om zijn gedachten breed over de pagina’s uit te smeren en wat er op zijn tong (of daar achter) ligt leeg te kieperen in de ogen van de lezer. Soms is het bladzijlang en bladzijbreed proza, soms het babbelend barok van Zwagerman-op-zijn-ergst, vlagen Campert, Schippers, meedeuntjes met Van Ostaijen en in voorkomende gevallen kun je er na het wieden van een overmaat aan wit ook gewoon een column uit bevrijden.
Heel vaak vraag ik me simpelweg af waarom met wat ik hier lees poëzie gepretendeerd moet worden. De willekeurige lezer mag mij verwijten ouderwets te zijn, maar wanneer wat volgens mij de kern is en zou moeten zijn van poëzie, namelijk taal die door een samenspel van betekenis, maar vooral klank en ritme oproept wat (bij voorkeur ver) uitgaat boven betekenis alleen, in grote delen van de Hamel’s teksten ver te zoeken is, dan lijkt mij de benaming ‘gedichten’ geen waarheidsgetrouw douanepapier voor deze lading. Vaak komen de teksten het puberale stadium niet eens te boven (‘Lul lul lul / Oog lul oor / Lul aap lul / Neus neus neus / (…) Lul boor aap / Boor oog oor / Niet neus niet / Aap neuk mies’; Resultaten, p. 241). Prijzen, nominaties en andere krachten uit het schnabbelcircuit veranderen daar niets aan.  Maar al te vaak wordt een kleine waarneming, die je met een knipoog in de rechterbenedenhoek van een dagblad kwijt zou kunnen, opgerekt tot een – ja wat, gedicht?
–

Op de gang
–
hij komt
hij komt
–
de grap gaat ten koste van hem
maar twee corpulente opoes op saaie stoelen
aan weerskanten van de gang klappen in hun handen
lachen zingend – de afdeling knapt ervan op –
samen trots op hun vondst
–
het personeel steekt het hoofd om de
hoek van de deurpost van hun terrarium
–
en fronst
–
een rijzige man met een sneeuwwitte baard
–
is er iemand gevallen
heeft iemand zichzelf bevuild
–
schuifelt naderbij met een rijdend infuus
een chromen stang op zwenkwielen
een plastic zak met helder levensvocht
–
het is net Sinterklaas met zijn staf
–
(p. 288)

–
Die uitleggerige laatste regel kan iedere lezer zo ongeveer na groep 3 van de basisschool zelf wel bedenken en misschien kan er dan ook nog een zuinige glimlach af. Kom op zeg, dit is toch geen gedicht. O ja, nu je het zegt, ironie, tuurlijk! Deze lezer begrijpt er gewoon niets van.
–
Ook een poging tot reclame voor de auteur van dit alles, tussenhypothese: laten we deze even voor het gemak god noemen en meteen dog want het omgekeerde geldt tegelijk voor het niet gekeerde – alles ineen en een in alles jaja – (drommels, geen wolkbreuk, god/dog-dank blijft het papier een keer droog) alles of niets als goed kwaad is en links rechts dan is links kwaad en goed rechts of nee kwaad rechts en goed links en het midden het midden is zoooo relaaaaxed neem er nog een jij rakker) geeft een … nou ja … zeg het zelf maar:
–

Lees mij
–
Gisterenavond een boek gelezen waarvan je denkt: dat kunnen robots beter.
Onverstandige koe benzeen egel vanwaar dank tjee: bruto stront bedenken.
–
fal-de-rie fal-de-ra fal-de-rie-re
–
De hele aarde bevat meer dan vijfenzeventig triljard ton biomassa.
Haarvat beleed eed neem dra vief zijgen vent alt rijdt nor soms baai.
–
fal-de-rie fal-de-ra fal-de-rie-re
–
Vanmorgen wakker geworden en sindsdien menig ontzettend idee gekregen.
Knaag werk vromen denderende gnosis win tendenzen mottig gegeneerde ik.
–
fal-de-rie fal-de-ra fal-de-rie-re
–
Meer dan de helft van alle soorten organismen leeft ten koste van andere organismen.
Ook bovenstaande versregel door de anagramgenerator halen zou te voorspelbaar zijn.
–
fal-de-rie fal-de-ra fal-de-rie-re
–
Het wonderlijkste en tevens griezeligste wetenschappelijk onderzoek dat ik
ooit heb gelezen zegt dat als twee mensen bij schemerlicht tien minuten in
elkaars ogen staren, ze hallucinerende en dissociatieve verschijnselen als
gezichtsvervorming en ‘strange-face-apparitions’(brrr…) gaan ervaren, zie
http://psy-journal.com/article/S0165-1781(15)000321-2/abstract
–
fal-de-rie fal-de-ra fal-de-rie-re
–
Dik vin beek en het vest lul, dij rond veter weg alarm.
Ik vind het leven best leuk, maar wel erg tijdrovend.
–
fal-de-rie fal-de-ra fal-de-rie-re
–
(p. 23)

–
Als ik het niet dacht, foute link (de juiste is: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S1550830716301926)
–
Article publishing options
Open Access
Article Publishing Charge (APC): USD 3,870 (excluding taxes). The amount you pay may be reduced during submission if applicable.
Review this journal’s open access policy.
–
koop zelf een betaalmuur en leg in / glunderend naar de oude vrouwen die aan een ver front tussen roestige landbouwwrakken en tegen de achtergrond van een wel heel erg luid tikkende typemachine (nee prutser een mitrailleur die een nest heeft maar geen eieren legt) drie stuks lompen uit de was haalt en druipend over een lijntje hangt dat niet te snuiven is en evenmin te vervolgen naar een oor hogerop in de atmosfeer / hee foetsiefoetsie, schrijf er eens een gedicht over het mag in het bargoens met dubbeldunk maar ook in clubbrabbeltje van het nederbetuws kakcollectief / we zijn niet eenkennig kieskeurig maar het belang het [geeeeeeeeeeuw!] belang van de leeeeezer staat vooooooorop
(er zitten verschillende spel-, stijl- en tikfouten in deze tekst en wie ze allemaal vindt mag een mooie prijs grabbelen).
–
En dan de anagrammengenerator, erg leuk gevonden maar zeg nu zelf: was een gedichtengenerator niet nuttiger geweest?
–
Nou goed eentje dan nog:
–

Nullen en enen
–
Ik kan poëzie waarderen
–
Wanneer ik een gedicht gelezen heb
zet ik beneden aan de pagina
ernstig
een nul of een één
–
Bij twijfel cijfer ik per strofe.
Hun gemiddelde wordt afgerond en
eveneens onderaan genoteerd.
–
Als ik de bundel
uit heb, tel ik alle enen op
en deel de uitkomst
door het aantal gedichten
–
(p. 16)

–
In dit geval is het beschrevene wiskundig onmogelijk vanwege delen door nul.
–
____

Micha Hamel (2026). Verzamelde gedichten 2003-2023. Uitgeverij Pluim, 349 blz. € 34,99. ISBN 9789493525429

     Andere berichten

Margreet Schouwenaar – Route K

Margreet Schouwenaar – Route K

Door lijfliefde en dodelijke bestraling heen door Johan Reijmerink - - Margreet Schouwenaar debuteert in 1991 met enkele gedichten in...

Rob Theys – In het grote meer

Rob Theys – In het grote meer

'Dichten blijft half werk' door Jac. Janssen - Ongeveer halverwege Theys’ bundel staat ‘Kort humanistisch manifest’. Het thema is de...