LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Archief

Nieuwsbrief 16 / 19 april
Nieuwsbrief 16 / 19 april
Lezen in de oorspronkelijke taal.
Lezen in de oorspronkelijke taal.
Hans Franse merkt nu dat zijn leeservaring inconsistent is: hij heeft veel boeken niet gelezen omdat hij de taal niet beheerst. En een vertaling, hoe goed ook, laat je niet de adem van de dichter ervaren. Een boek en poëzie moet je in de oorspronkelijke taal lezen: je komt anders niet in de klank- en betekeniswereld.
Klassieker 300 : Hanneke van Eijken – Wensbrief
Klassieker 300 : Hanneke van Eijken – Wensbrief
Joost Dancet bespreekt het gedicht ‘Wensbrief’ uit 'Hazenklop' (2025), de derde bundel van Hanneke van Eijken (°1981). Het is een eigengereide ode aan de vrouwen die haar voorgingen en behoeders zijn van moeder aarde én met een wens.
Het commentaar van Wopke van der Lei
Het commentaar van Wopke van der Lei
Wopke van der Lei geeft commentaar op het feit dat volgens hem de eindtijd voor de streektalen niet nábij is, maar al praktisch vóórbij. Dit omdat het Standaardnederlands de streektaal opslokt en dooddrukt. Daarom is hij blij met de verzamelbundel ‘Vier je eigen taal’. Hierin staan ca. zeventig te onderscheiden tongvallen, waarvan het grootste deel behoort tot de Nederlandse taalfamilie.
Interview Nisrine Mbarki Ben Ayad
Interview Nisrine Mbarki Ben Ayad
Op 1 februari van dit jaar werd Nisrine Mbarki Ben Ayad in de Amstelkerk in Amsterdam geïnaugureerd als Dichter der Nederlanden. Poëzie is wat haar betreft de puurste vorm van taal die ze kan bezigen. Ze wil graag bekend worden als de dichter die de grenzen van het papier heeft opengebroken en de Nederlandse poëzie voor eens en voor altijd meertalig heeft gemaakt.
Annemarie Timmer - hoor de roerfluit en de nachthoorn
Annemarie Timmer - hoor de roerfluit en de nachthoorn
In ‘hoor de roerfluit en de nachthoorn’ van Annemarie Timmer is, volgens Tom Veys, de taal de katalysator: ‘De gedichten spreken aan. In de vrij talrijke olieverfschilderijen zien we vaak éénzelfde patroon of variaties daarop. De taal slingert zich door die schilderijen heen op een concrete en lyrische manier.’
Parels in het Poëziecentrum Nederland (2)
Parels in het Poëziecentrum Nederland (2)
In deel 2 van de nieuwe serie van Wim van Til twee “Luceberts” die een bijzonder deel van de parelketting vormen die de collectie van het Poëziecentrum Nederland in wezen is. Een uitstapje naar een prestigieus theaterproject van Scarabee èn een deel van het gedicht 'tijdtafel en geslachtstabel' uit de bundel 'Mooi uitzicht & andere kurioziteiten' (1965) met niet eerder gepubliceerd werk.
Frank Pollet - Ik, Zuster Gabrielle!
Frank Pollet - Ik, Zuster Gabrielle!
In ‘Ik, Zuster Gabrielle!’ staat Frank Pollet stil bij de mysterieuze verdwijning van zuster Gabrielle in 1982 uit een klooster in Dendermonde. Pollet wil een ‘monument duurzamer dan brons’ voor haar oprichten. Volgens Yvan De Maesschalck slaagt hij met verve hierin: ‘hij richt een indringende cenotaaf op voor de zuster, ter compensatie voor de falende rechtsgang en haar nog altijd spoorloze vermissing.’
Nieuwsbrief 15 / 12 april
Nieuwsbrief 15 / 12 april
Parlando!
Parlando!
Rogier de Jong richt zich in deze column op de parlando dichtvorm: prozagedichten, ook wel verhalende of anekdotische poëzie genoemd. Een vorm van poëzie die de afstand tussen kunst en alledaags leven wil verkleinen. Ondanks de heldere spreekstijl van parlando poëzie, is er ook ruimte voor stijlkenmerken als enjambement, alliteratie, klankassonantie en (soms) rijm. Met voorbeelden van dichters Jan Eijkelboom, Frank Koenegracht en Erik Menkveld.
Benoit Van der Cruysse
Benoit Van der Cruysse
Niet eerder zagen we de wanhoop zo weergegeven als in het laatste vers van Benoit van der Cruysse. Zijn poëzie is origineel, beeldend en raakt ons. ‘Onder onze botten bloedt de grond’, daar begint het al, ‘donker, ruikt naar vroeger’, en dan ‘De dag dat’. Naakte regels, waarachter zoveel meer. Bevragend, op zoek naar de eigen betekenis.
Ellen Deckwitz - Metamorfosen
Ellen Deckwitz - Metamorfosen
‘Metamorfosen’ van Ellen Deckwitz was begin dit jaar het Poëziegeschenk. Deckwitz verkent hierin de fases van verliefd worden tot en met de pijnlijke breuk van de relatie. Yolandi de Beer merkt op: ‘Wat deze bundel bijzonder maakt, is dat zij geen aanklacht is. Er wordt niet gewezen, niet beschuldigd. In plaats daarvan kijkt Deckwitz ook naar haar eigen rol in de veranderingen die plaatsvinden.’
Interview Martin M. Aart de Jong
Interview Martin M. Aart de Jong
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het vierenzestigste gesprek, met Martin M. Aart de Jong die een dikke punt gaat zetten achter het organiseren in zijn stad, Leiden, het doen van interviews voor Meander, en meer gaat werken aan zijn eigen poëzie en van Nepal zijn tweede thuisland maakt, hij raakt overprikkeld hier, voortaan zegt hij nee!
Eddy Verloes & Elise Vos - Van alles de laatste
Eddy Verloes & Elise Vos - Van alles de laatste
Fotograaf Eddy Verloes en dichter Elise Vos scharen zich rond het begrip vergankelijkheid en willen schoonheid toevoegen aan deze existentiëlezoektocht in hun bundel ‘Van alles de laatste’. Volgens Jaap Bos zijn ze daarin geslaagd: ‘Die sfeer, die naar het melancholieke neigt en vaak ook wel iets uitgesproken zwaars heeft, wordt in deze bundel indringend opgeroepen.’ Al miste hij soms een lichtere toon.
Albert Hagenaars
Albert Hagenaars
In deze gedichten van Albert Hagenaars, uit zijn Javaanse Suite, klinkt het barokke en geheel eigen geluid van hem, klankrijk en teder, tegelijk fel en duidelijk: ‘Strijdbare strofen gaan zijn rapporten dan te boven.’, ‘de prijs van genadebrood.’, met woorden als ‘De pit’, ‘De groei’, ‘De bloei’, ‘De roede’, ‘Het lot’, en dan: ‘ontdoe hun heden van ons verleden.’
Daan Cartens - Slagveld tijd
Daan Cartens - Slagveld tijd
In het verzamelde werk ‘Slagveld tijd’ van Daan Cartens staan muzikale verzen over thema's als liefde, leven en dood, en ze zijn geschreven door een onmiskenbaar belezen en taalvaardige dichter, zegt Taco van Peijpe. Storend vindt hij de vele herhalingen en ‘bij zijn woordkeus had hij mijns inziens meer aandacht moeten besteden aan de betekenis en interne samenhang van de gedichten.’
Nieuwsbrief 14 / 5 april
Nieuwsbrief 14 / 5 april
Het is dadelijk dag
Het is dadelijk dag
Als kind had Jan Loogman het idee dat zijn engel vlak bij hem was, als een verdubbeling van zijn gestalte vouwde hij zich om hem en bewoog met hem mee. Engelbewaarders, engelen die optreden om individuele mensen te beschermen, zijn vooral een rooms-katholiek fenomeen. Wie op zoek is naar een engel die uitdaagt en inspireert, kan terecht bij Czeslaw Milosz.
Guido De Bruyn
Guido De Bruyn
Deze hommage aan Johannes Vermeer van gelauwerd dichter Guido De Bruyn heeft een zekere lichtheid, iets impressionistisch. ‘Dat is alles, geen ingrediënt lijkt te ontbreken: / onder de vergulde kan wacht de vergulde schotel, / iets staat voor altijd te gebeuren. / Wees gerust, sust het zilver: hier mag worden gemorst / met overdadig, zorgvuldig zondaglicht.
Het commentaar op Betje Wolff (en Aagje Deken)
Het commentaar op Betje Wolff (en Aagje Deken)
Hans Franse neemt deze keer een vrouwlijke dichter onder de loep. Betje Wolff (1738-1804) was dichter en schrijfster en had een vrijzinnige geest. Later werd zij samen met Aagje Deken een onafscheidelijk 18e-eeuws schrijversduo en werden zij hartsvriendinnen. Hun werk kenmerkt zich door scherpe maatschappijkritiek, humor en een patriottische inslag. Het commentaar van Hans Franse.
Interview Froukje van der Ploeg
Interview Froukje van der Ploeg
Als je creatief bent kun je altijd meer dan dat ene ding, zegt Froukje van der Ploeg. Uiteindelijk past poëzie het beste bij haar. Het is compact en hoe druk je leven ook is, het kan altijd. Hoe meer je schrijft hoe meer wereld je toevoegt. ‘Ik kan dichten omdat ik kan monteren, ergens de kern uit halen, dat doe ik nog steeds.’
Tove Ditlevsen - Er woont een meisje in me dat niet sterven wil
Tove Ditlevsen - Er woont een meisje in me dat niet sterven wil
In de bloemlezing ‘Er woont een meisje in me dat niet sterven wil’ (samengesteld door Olga Ravn en vertaald door Lammie Post-Oostenbrink) van de Deense Tove Ditlevsen (1917-1976), kent het meisje in de dichter nog de jaren dat zij gelukkig was. Als volwassen vrouw had zij een doodsverlangen. Peter Vermaat stelt vast dat het meisje weliswaar niet wil sterven, maar in de poëzie ook niet meer kan zingen.
Gedichten zijn halfdoorlaatbare membranen
Gedichten zijn halfdoorlaatbare membranen
Door alledaagse dingen ongewoon of vreemd te presenteren, proberen dichters nu en dan onze automatische, onbewuste waarneming te doorbreken en een nieuw bewustzijn van de werkelijkheid te creëren. Maar in veel meer realistische gedichten wordt dat effect niet bewust nagestreefd. Romain John van de Maele put uit werk van Rutger Kopland, Hans Verhagen, Daniël van Ryssel en Marleen de Crée.
Miel Vanstreels - Aan de vooravond
Miel Vanstreels - Aan de vooravond
De tragiek van ziekte, dood, vereenzaming, die zich zo simpel laten lezen, zijn niet aan Miel Vanstreels voorbij gegaan, zegt Marc Bruynseraede in zijn bespreking over de bundel ‘Aan de vooravond’. De dichter is op leeftijd en heeft veertig jaar gewerkt in de bejaardenzorg. Bruynseraede ziet sereniteit in zijn werk, die diepgang en bedachtzaamheid oproept.