Iduna Paalman – De grom uit de hond halen

Herbert Mouwen: “In de debuutbundel ‘De grom uit de hond halen’ van Iduna Paalman gaat de dichteres de werkelijkheid, waarin zij dagelijks verkeert en waarvoor zij voortdurend bang is, met poëtische wapens te lijf. (…) De dichteres heeft een eigen idioom en een authentieke, parlando toon. Ogenschijnlijk is haar poëzie toegankelijk, maar haar beeldtaal dwingt de lezer tot nauwkeurig lezen en zorgvuldig met de dichter mee-associëren.”

Lees verder

Marten Janse – Als doden zo stil

Hans Franse over ‘Als doden zo stil’ van Marten Janse: ‘Het boek bevat liefdesgedichten, in die zin, dat de lichamelijke aanwezigheid en het verlangen van die van de geliefde te ervaren het centrale thema vormen. (…) [Ik] vond het mooie gedichten, echter, en ik schrijf nu ook als musicus, naar mijn mening, minder muzikaal dan de schrijver op de achterflap van zijn mooie bundel laat uitkomen.’

Lees verder

Maarten Embrechts – Liefde is een ander land

Maurice Broere over ‘Liefde is een ander land’ van Maarten Embrechts: ‘Een interessante bundel met een aansprekende thematiek: eenzaamheid, onbereikbaarheid, onmogelijkheid van communicatie en contact. Extra aantrekkelijk door verwijzingen naar literatuur en religie.’

Lees verder

Wim Meyles – Ik dicht plezier

Het vierentwintigste boek van Wim Meyles blaakt van taalcreativiteit en woordspeligheid. Hij serveert de lezers een grote hoeveelheid licht verteerbare versjes waarvan de lengte varieert van slechts vier tot zes regels. Mede door hun geringe lengte is het een laagdrempelige bundel, bij uitstek geschikt voor de feestelijke decembermaand. Een recensie door Inge Boulonois.

Lees verder

H.C. ten Berge – De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca

De nieuwe bundel van H.C. ten Berge is een episch gedicht in 45 scènes & een tussenspel. ‘Een goede regisseur zou van De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca een boeiende film kunnen maken. Ik zou er beslist naartoe gaan, maar in het besef dat ik veel zou missen: een verhalend gedicht met een natuurlijke, onnadrukkelijke gelaagdheid in de heldere, ritmische taal van Ten Berge’, aldus Hans Puper.

Lees verder