Poëzie in de klas

De vader van Hans Franse bracht de toenmalige gedichtenbundels voor de jeugd, prachtig verzorgde, meesterlijk geïllustreerde en getypografeerde boeken onder de titel ‘De muze en….’ mee naar huis. Hij kent ze nog uit zijn hoofd. De moderne poëzie kwam pas later in de klas. Toen hij leraar werd en geen zin had in ontleden of dictee, lazen zijn studenten poëzie.

Lees verder

Een steen door de ruit van je dromen

Wie is er nooit in aanraking gekomen met die eerste regel of dat eerste couplet dat insloeg als een bom en je zelfbeeld én je beeld van de dichtkunst vakkundig verbrijzelde? Rogier de Jong over die eerste keer, de verwondering en naaktheid en vooral de schoonheid van poëzie, met name die van Hans Lodeizen.

Lees verder

Dagboek van een redacteur (8)

Verbazing alom vorige maand op de recensieredactie: in twee verschillende bundels troffen we elk een uitgebreide cyclus met op het werk van Edward Hopper geïnspireerde gedichten aan. Een mooie aanleiding voor Eric van Loo om in zijn achtste en voorlopig laatste column twee gedichten te vergelijken, en nog eens goed naar het bijbehorende schilderij van Hopper te kijken.

Lees verder

Ik in slam poetry

Gedichten kunnen heel goed gaan over de specifieke situatie van een dichter (waar vindt de dichter anders materiaal?) en toch betekenis hebben die deze te buiten gaat. Dat zijn de betere gedichten, op het podium en op papier. Dat stelt Jan Loogman in een reactie op een column van Rashif El Kadui over de ik in slam poetry (de Poëziekrant, 1e nummer 2020).

Lees verder

Oprecht Veinzen

In de trein naar Amsterdam hebben Leopold Groot Bunink en Johannes een boeiende discussie over het ik en oprecht veinzen. Daarna scheiden hun wegen zich weer. Een column van Hans Puper.

Lees verder