Wat Maakt Een Gedicht Goed? (72)

Een serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? En toch gaan we het iedereen vragen. Het tweeënzeventigste antwoord komt van Koen Vlerick.

Lees verder

Wie de Goden liefhebben….

In onze nieuwe serie ‘Waarom deze regels? (3)’ haalt Hans Franse de jong gestorven dichter Jacques Perk aan. Moet je jong sterven om een poëtisch vernieuwer te zijn? In deze column noemt hij vele namen. Misschien waren ze in de loop van hun dichterlijke ontwikkeling niet verder gekomen of misschien hadden ze geen woord meer op papier gezet.

Lees verder

Wat Maakt Een Gedicht Goed? (71)

Een serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? En toch gaan we het iedereen vragen. Het eenenzeventigste antwoord komt van Hans F. Marijnissen.

Lees verder

De Zeeuwse canon (I)

‘Net als aardgas kan ook poëzie aardbevingen veroorzaken, maar gelukkig alleen literaire.’ Rogier de Jong in het eerste deel van zijn drieluik over dichters uit Zeeland. Water en land zijn een ‘archetypisch’ thema in de Zeeuwse poëzie. Daarbij gaat het, net als in veel andere literatuur, over worstelen en boven komen. En dan is er nog het befaamde ‘Zeeuwse licht’…

Lees verder

Van kleurrijke papegaaiduiker tot bleke leegte (*)

Ook recensent Marc Bruynseraede hield zich bezig met de Antwerpse kwestie rond het stadsdichterschap. ‘De dichters mogen dan schrijven wat ze willen – dààr is de Schepen formeel over – als ze maar aan de leiband lopen. De burgers die dachten dat de dichters VRIJ waren te schrijven wat ze wilden, die hebben het verkeerd begrepen.’

Lees verder