‘ik wou het heelemaal zeggen – / Maar ik kan het toch niet zeggen.’

Er wordt de laatste paar jaar weer opvallend veel gesproken en geschreven over ‘het onzegbare’ en wel op een manier of het om iets vanzelfsprekends gaat. Meestal wordt het in verband gebracht met metafysica, maar je kunt er ook op een aardser manier naar kijken: onzegbaarheid wordt in de eerste plaats veroorzaakt door de ontoereikendheid van de taal, iets wat we ook in het dagelijks leven ervaren. De column van Hans Puper.

Lees verder

Wat Maakt Een Gedicht Goed? (41)

Een serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? En toch gaan we het iedereen vragen. Het eenenveertigste antwoord komt van Frans A. Brocatus.

Lees verder

Het wrak

‘Het Wrak’ is de titel van een gedicht dat Hans Franse opeens weer terugvond, een lied over het spelevaren in het meertje onder de maan en de zinkende boot. Het staat in een bloemlezing van Willem van Iependaal die meer kon dan schrijven over Polletje Piekhaar en Lord Zeepsop. De flauwe grappen daarover doen onze columnist terugdenken aan zijn studententijd en dichtprobeersels.

Lees verder

Wat Maakt Een Gedicht Goed? (40)

Een serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend. Het veertigste antwoord komt van Wouter van Heiningen.

Lees verder

Oud

Karel Wasch wordt oud. Hij herinnert zich weemoedig de eerste poète maudit in ons kikkerland, J.J.Slauerhoff (1898-1936)!! ‘Slechts in mijn verzen kan ik wonen,’ dichtte het enfant terrible. Zijn vrouw, eigenlijk bijzit, Darja Collin, was danseres, maar wanneer Jan thuiskwam van een van zijn scheepsreizen zat hij al op haar te wachten. Zoals de columnist wacht op zijn geliefde.

Lees verder