Humor als façade

Daan de Ligt (1953) publiceerde vier dichtbundels en was tot voor kort stadsdichter van AD Haagsche Courant. Zes jaar lang schreef hij wekelijks een gedicht over zijn geboortestad Den Haag. ‘Poëzie is te elitair geworden’, vindt hij. ‘Dat zie je ook terug in de verkoopcijfers van dichtbundels. Ik wil juist een publiek bereiken dat niet al te vaak met gedichten in aanraking komt. Dan is de krant een ideaal podium.’

Lees verder

Meanderen binnen zinnen

‘Nee, het was niet moeilijker dan wanneer er negatief of lauwtjes op mijn debuut was gereageerd’, zegt Thomas Möhlmann over het schrijven van zijn tweede bundel Kranen open. ‘Ik geloof dat het me er juist eerder van overtuigde dat ik blijkbaar toch niet helemaal gek was. Of anders in elk geval niet in mijn eentje.’

Lees verder

Jabik Veenbaas, een ziel met aardse contouren

Nog niet zo lang geleden verscheen bij Uitgeverij De Contrabas De zon, het smalle bed, mijn lichaam, de nieuwste, prachtig vormgegeven bundel van Jabik Veenbaas. Sander de Vaan had een e-mailgesprek met deze opmerkelijke dichter over huismussen, lichtblauwe bikini’s, ecce homo en nog veel meer.

Lees verder

Netjes alfabetisch tussen Claus en Ducal

Poëzie is voor Y.M. Dangre in de eerste plaats een scheppingsproces. Hij zegt daarover: ‘Dichters zijn alchemisten, op zoek naar het goud van de schoonheid. Daarbij bewegen ze zich op het snijvlak van individualiteit en universaliteit. Een gedicht moet ten diepste van de dichter zelf zijn, maar dan op zo’n manier dat de ander er ook wat aan heeft. De lezer moet verrast worden door originaliteit.’

Lees verder