Netjes alfabetisch tussen Claus en Ducal

Poëzie is voor Y.M. Dangre in de eerste plaats een scheppingsproces. Hij zegt daarover: ‘Dichters zijn alchemisten, op zoek naar het goud van de schoonheid. Daarbij bewegen ze zich op het snijvlak van individualiteit en universaliteit. Een gedicht moet ten diepste van de dichter zelf zijn, maar dan op zo’n manier dat de ander er ook wat aan heeft. De lezer moet verrast worden door originaliteit.’

Lees verder

De kladblaadjes voorbij

Marleen van der Velden (1987) timmert aan de weg. Hoewel ze nog jong is, heeft ze al regelmatig in de spotlights gestaan. Zo won ze in 2008 de CJP Kortverhalenwedstrijd en stond ze het jaar erna op Onbederf’lijk Vers in Nijmegen. Anna de Bruyckere had een gesprek met haar over proza en poëzie, de buurvrouw, en smaakoordelen.

Lees verder

'Mijn poëzie wil kunst zijn'

‘De laatste jaren heb ik me toegelegd op het schrijven van ekfrastische poëzie, gedichten die geïnspireerd zijn door schilderijen of beelden. Dat voelt voor mij natuurlijk heel vertrouwd’, vertelt Inge Boulonois. De dichteres maakte een jaar of tien geleden, min of meer noodgedwongen, de overstap van de beeldende kunst naar de poëzie. Ze won inmiddels diverse prijzen.

Lees verder