Klassieker 181: J.C. Bloem – De Dapperstraat

De slotregel van dit gedicht van Bloem is één van de bekendste uit de Nederlandstalige poëzie: “Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.” Maar ook de rest van het gedicht mag er zijn. Hans Puper: “het is een briljantje dat het licht voortdurend op een andere manier reflecteert. Het verveelt daarom nooit.”

Lees verder

Klassieker 180: Adriaan Morriën – Afscheid

Eric van Loo trof het gedicht ‘Afscheid’ van Adriaan Morriën aan op de poëziescheurkalender. Op de achterkant stond vermeld, dat dit gedicht op internet ongekend populair is. Reden genoeg om ‘Afscheid’ aan een nadere beschouwing te onderwerpen.

Lees verder

Klassieker 179: Mark Boog – Ridder

Lambert Wierenga laat zien, hoe het kinderlijk eenvoudige ogende ‘Ridder’ van Mark Boog zich als een pointillistische schildering geleidelijk aftekent. “Zou de – volwassen – spreekinstantie erkenning vragen voor wat ‘het kind’ – hier vervult de perspectivische ambivalentie, naast z’n procedurele functie, ook een thematische rol – meemaakt en doormaakt om het gevecht vol te houden?”

Lees verder

Klassieker 178: Leo Vroman – Een klein draadje

Hoewel er al vijf gedichten van Leo Vroman als klassieker besproken waren, achtte Wim Kleisen het passend er bij wijze van in memoriam een zesde aan toe te voegen. Vroman was 45 jaar oud toen hij ‘Een klein draadje’ publiceerde, een gedicht waarin hij zijn angst uitspreekt voor geestelijke aftakeling. Hoewel Vroman nog ruim een halve eeuw zou leven, bleef hij tot kort voor zijn dood scherp. En dichten.

Lees verder