Klassieker 207: C.O. Jellema – De toren van Snelson

Wie door de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum loopt, kan zomaar oog in oog komen te staan met een indrukwekkend en raadselachtig bouwwerk: ‘Needle Tower II’ van Kenneth Snelson. Een bijzondere constructie van metalen buizen en staaldraad, die de wet van de zwaartekracht lijkt te tarten. Ook de dichter Jellema was onder de indruk van dit bouwwerk. Het gedicht dat hij erover schreef, heeft eveneens iets raadselachtigs: het geeft zich niet na eerste lezing prijs. Jan Buijsse reikt ons de helpende hand.

Lees verder

Klassieker 206: Lévi Weemoedt – Rijk Verleden

Lange tijd dacht ik, dat Weemoedt evenals Piet Paaltjens en De Schoolmeester iets uit een ver verleden was. Maar Weemoedt werd in 1948 in Vlaardingen geboren als Izaäk van Wijk, en is nog onder ons. Oktober 2014 verscheen zijn laatste bundel: ‘Met enige vertraging’. De titel zinspeelt op de lange radiostilte na ‘Rijk Verleden’ (1999). Na zijn debuut in 1977 met ‘Geduldig lijden’ volgden in rap tempo titels als ‘Kleine trilogie der treurigheid’, ‘Acte van verlating’ en ‘Halte tranendal’. De vrolijkheid druipt ervan af. Dat geldt ook voor het gedicht ‘Rijk Verleden’, dat Jeroen van den Heuvel deze maand voor ons bespreekt.

Lees verder

Klassieker 205: Gerard den Brabander – De holle man IV

In 1945 publiceerde Gerard den Brabander de bundel ‘De holle man’. De titel van deze bundel vertoont grote overeenkomst met ‘The hollow men’ van T.S. Eliot (1925). Dit beroemde gedicht is doortrokken van de sfeer in het Europa van na de Eerste Wereldoorlog, waarbij Eliot op zijn beurt weer beïnvloed is door Dante, m.n. door diens Inferno. De gedichtenreeks ‘De holle man’ van Den Brabander bevat negen onderdelen, en wordt eveneens gekenmerkt door een grimmige sfeer, met zinnen als ‘Daar scheert door de verlatenheid der eeuw / een zwerm van angsten’, ‘De maan verdrinkt gebroken in het puin’ en ‘O holle man, die al die treurnis draagt’. Gedicht IV uit deze reeks, veelal aangeduid als ‘Ik, kleine slaaf van poëzie en taal’, is een eigen leven gaan leiden, en behoort tot de bekendste gedichten van Den Brabander. René Leverink onderzoekt en ontleedt dit gedicht in deze eerste klassieker van het nieuwe seizoen.

Lees verder

Klassieker 204: Charles Ducal – Ballade van de zee

Precies een jaar geleden besprak Inge Boulonois ‘Misverstand 3’ van Charles Ducal. En nu weer een gedicht van deze Belgische dichter? Het vorig jaar besproken gedicht kwam uit zijn debuutbundel uit 1987. Het gedicht van deze maand publiceerde hij pas vorige zomer. In deze kleine twintig jaar zien we een duidelijke ontwikkeling in het werk van Ducal. Waar ‘Misverstand 3’ volledig om de wereld van de ik-persoon leek te draaien, is nu de blik naar buiten gericht, naar de politieke en maatschappelijke realiteit.

Lees verder

Klassieker 203: Lut de Block – Dochter en ik

In 1997 verscheen ‘Entre deux mers’ van Lut de Block. Wat bewoog deze Vlaamse dichteres om haar bundel een Franse titel te geven? Wijnkenners komt de titel bekend voor: het is een streek in de Bordeaux waar uitstekende wijn vandaan komt. Maar in deze gedichten wordt weinig gedronken. Het openingsgedicht maakt duidelijk, dat de titel een woordspeling is, en ook opgevat kan worden als ‘entre deux mères’. De dichteres bevindt zich in het midden van haar leven, tussen haar moeder en haar dochter –die haar zelf tot moeder maakt– in. De laatste afdeling van de bundel, ‘Vruchtgebruik’, is geheel aan de dochter gewijd. Inge Boulonois bespreekt het eerste gedicht van deze afdeling.

Lees verder