Klassieker 211: Willem Hussem – waarom die haast

Afgelopen week was Willem Hussem heel even in het nieuws. Tijdens de sloop van het voormalige postkantoor in Raalte werd een tien meter hoge aluminium sculptuur van de kunstenaar door de slopers voor oud ijzer aangezien en vernietigd. ‘Alles van waarde is weerloos’, om met de woorden van Lucebert te spreken. De woorden van Hussem zijn minder makkelijk klein te krijgen. Dick van Hoeve buigt zich over een zeer kort gedicht dat na vijftig jaar nog steeds -of misschien wel opnieuw- school maakt.

Lees verder

Klassieker 210: Willem Kloos – Avond

‘Avond’ van Willem Kloos werd gepubliceerd in de eerste jaargang van De Nieuwe Gids (1885-1886). De dichter moet dus een jaar of 25 zijn geweest toen hij het schreef. De berustende, beschouwende toon van de eerste drie strofen is dus geenszins het werk van een dichter op leeftijd. In Verzen (1894) staat het gedicht direct na het gedicht met de beroemde openingsregel ‘Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten’. Simon Mulder laat zien, waarom ook ‘Avond’ zo’n ingenieus gedicht is.

Lees verder

Klassieker 209: Jaap van den Born – Hemels Tafereel

In het huis van de poëzie zijn veel kamers. Sommige zijn traditioneel ingericht, met eikenhouten meubelen en dikke tapijten. Andere zien er strak en modern uit. Soms wordt er een nieuwe vleugel aangebouwd. Valt ‘light verse’ wel onder de serieuze poëzie? Inge Boulonois vindt van wel, en analyseerde voor ons deze maand een gedicht van Jaap van den Born.

Lees verder

Klassieker 208: H.C. ten Berge – Winterzin

Het is winter. We hebben de eerste nachtvorst al achter de rug. In de winter wordt de meeste poëzie gelezen, zelfs als we corrigeren voor de rijmelarij rond Sinterklaas. Maar hoe lees je poëzie? Ilja Pfeijffer zei ooit, dat je bij ieder gedicht opnieuw zou moeten leren lezen. Dat is een uitgangspunt dat mooi aansluit bij de bespreking van het gedicht van deze maand. Lezen als een beginneling, vanuit verwondering, zoals je aarzelend de nog ongerepte sneeuw betreedt.

Lees verder

Klassieker 207: C.O. Jellema – De toren van Snelson

Wie door de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum loopt, kan zomaar oog in oog komen te staan met een indrukwekkend en raadselachtig bouwwerk: ‘Needle Tower II’ van Kenneth Snelson. Een bijzondere constructie van metalen buizen en staaldraad, die de wet van de zwaartekracht lijkt te tarten. Ook de dichter Jellema was onder de indruk van dit bouwwerk. Het gedicht dat hij erover schreef, heeft eveneens iets raadselachtigs: het geeft zich niet na eerste lezing prijs. Jan Buijsse reikt ons de helpende hand.

Lees verder