Klassieker 209: Jaap van den Born – Hemels Tafereel

In het huis van de poëzie zijn veel kamers. Sommige zijn traditioneel ingericht, met eikenhouten meubelen en dikke tapijten. Andere zien er strak en modern uit. Soms wordt er een nieuwe vleugel aangebouwd. Valt ‘light verse’ wel onder de serieuze poëzie? Inge Boulonois vindt van wel, en analyseerde voor ons deze maand een gedicht van Jaap van den Born.

Lees verder

Klassieker 208: H.C. ten Berge – Winterzin

Het is winter. We hebben de eerste nachtvorst al achter de rug. In de winter wordt de meeste poëzie gelezen, zelfs als we corrigeren voor de rijmelarij rond Sinterklaas. Maar hoe lees je poëzie? Ilja Pfeijffer zei ooit, dat je bij ieder gedicht opnieuw zou moeten leren lezen. Dat is een uitgangspunt dat mooi aansluit bij de bespreking van het gedicht van deze maand. Lezen als een beginneling, vanuit verwondering, zoals je aarzelend de nog ongerepte sneeuw betreedt.

Lees verder

Klassieker 207: C.O. Jellema – De toren van Snelson

Wie door de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum loopt, kan zomaar oog in oog komen te staan met een indrukwekkend en raadselachtig bouwwerk: ‘Needle Tower II’ van Kenneth Snelson. Een bijzondere constructie van metalen buizen en staaldraad, die de wet van de zwaartekracht lijkt te tarten. Ook de dichter Jellema was onder de indruk van dit bouwwerk. Het gedicht dat hij erover schreef, heeft eveneens iets raadselachtigs: het geeft zich niet na eerste lezing prijs. Jan Buijsse reikt ons de helpende hand.

Lees verder

Klassieker 206: Lévi Weemoedt – Rijk Verleden

Lange tijd dacht ik, dat Weemoedt evenals Piet Paaltjens en De Schoolmeester iets uit een ver verleden was. Maar Weemoedt werd in 1948 in Vlaardingen geboren als Izaäk van Wijk, en is nog onder ons. Oktober 2014 verscheen zijn laatste bundel: ‘Met enige vertraging’. De titel zinspeelt op de lange radiostilte na ‘Rijk Verleden’ (1999). Na zijn debuut in 1977 met ‘Geduldig lijden’ volgden in rap tempo titels als ‘Kleine trilogie der treurigheid’, ‘Acte van verlating’ en ‘Halte tranendal’. De vrolijkheid druipt ervan af. Dat geldt ook voor het gedicht ‘Rijk Verleden’, dat Jeroen van den Heuvel deze maand voor ons bespreekt.

Lees verder

Klassieker 205: Gerard den Brabander – De holle man IV

In 1945 publiceerde Gerard den Brabander de bundel ‘De holle man’. De titel van deze bundel vertoont grote overeenkomst met ‘The hollow men’ van T.S. Eliot (1925). Dit beroemde gedicht is doortrokken van de sfeer in het Europa van na de Eerste Wereldoorlog, waarbij Eliot op zijn beurt weer beïnvloed is door Dante, m.n. door diens Inferno. De gedichtenreeks ‘De holle man’ van Den Brabander bevat negen onderdelen, en wordt eveneens gekenmerkt door een grimmige sfeer, met zinnen als ‘Daar scheert door de verlatenheid der eeuw / een zwerm van angsten’, ‘De maan verdrinkt gebroken in het puin’ en ‘O holle man, die al die treurnis draagt’. Gedicht IV uit deze reeks, veelal aangeduid als ‘Ik, kleine slaaf van poëzie en taal’, is een eigen leven gaan leiden, en behoort tot de bekendste gedichten van Den Brabander. René Leverink onderzoekt en ontleedt dit gedicht in deze eerste klassieker van het nieuwe seizoen.

Lees verder