Columns
Ironie, kan dat nog?
Hans Puper vraagt zich in gemoede af of hij nog wel ironie in zijn columns mag gebruiken, omdat het stijlmiddel vaak niet meer wordt herkend of wordt afgewezen door ernstige schrijvers van hoe verhoud ik mij tot-poëzie.
Een dichtersdagboek uit 1624
"Er zijn slechts weinig grote dichters die een toon van de tederheid aanslaan die ons nu nog raakt. Vondel, Hooft, misschien Huijgens, Luijcken of van Foquenbrock" en David Beck die in deze column door Hans Franse belicht wordt. "Er zijn überhaupt weinig grote dichters, maar het is plezierig een mindere God zo precies te kunnen volgen".
Lof der nutteloosheid
Waartoe zijn wij op aarde? Zeker niet om te dichten. De wereld draait ook prima zonder poëzie. Ziehier een opvatting die door niet-poëzieliefhebbers breed wordt gedragen. En misschien ook door een enkele dichter, getuige een uitspraak van Herman de Coninck in Tirade: ‘Poëzie dient […] nergens toe en dat is op zich al een verdienste’. Een column van Rogier de Jong zomaar op een doordeweekse dag.
Wild Thing
Wat Karel Wasch betreft is de scheidslijn tussen popteksten en poëzie altijd een dunne geweest. Neem Bob Dylan, hij kreeg de Nobelprijs voor literatuur! Iemand waar je geen poëtische teksten van verwacht is Jimi Hendrix. In deze column zijn lied 'Castles Made of Sand'. Ook de nummers 'Angel', 'Little Wing' en 'The Wind cries Mary' hebben zo’n lading en zijn voorzien van prachtige teksten.
Gouden tip
Gouden schrijftips bestaan niet. De een is een snelle werker, de ander een trage, maar elke schrijver en dichter passeert telkens weer de verschillende etages in de schrijfpyramide. Columnist Jan Loogman ligt na enkele dagen schrijfretraite met een paar gedichten op de bovenste etage, dat is de plek waar zijn ongeduld zich het beste thuis voelt.
Het mondkapje van Hugo
Hugo Claus, de alleskunner uit de zuidelijke lage landen, had op gevorderde leeftijd een sterke drang om zijn gedichten door de stofkam te halen. De wijsheid komt met de jaren, maar het is de vraag of het corrigeren van ‘jeugdzonden’ een vorm van voortschrijdend inzicht is of van schaamte. Of wilde Claus ons op het verkeerde been zetten? Een column van Rogier de Jong.
Weltevreden
Hans Puper trof op Facebook een gedicht aan van een goede kennis. Juist omdat zij al een tijdje geen contact hadden gehad, ervoer hij na hun dialoog over het gedicht weer eens hoe sterk de beleving samenhangt met de persoon van de lezer.
Dagboek van een ex-redacteur (10)
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Juist toen Eric van Loo van de nieuwe bundel van Cees Nooteboom hoorde, was hij diens boekenweekgeschenk ‘Het volgende verhaal’ (1991) aan het herlezen. Daarin maakt de hoofdpersoon, Herman Mussert bijgenaamd Sokrates, korte metten met de moderne poëzie. Ook dertig jaar later nog heerlijk om te lezen en aanleiding voor toch weer een nieuwe column.
Wandelen door de tijd
Voor het eerst sinds twintig jaar heeft hij de komst van de lente in zijn eigen land en stad meegemaakt; alle clichés klopten, alle woorden ook: ontbotten, teder groen, prille takbedekking, klein vogelijn op groene tak, wat songh het vrolijk vogelkijn… , een nieuwe lente een nieuw geluid. Hij wandelt met ons en vertelt wat hij tegenkomt en proost bij thuiskomst op de literatuur.
