Columns
Zelfportret van de dichter als wortel
Rogier de Jong is dichterlijk gezien een kind van de Zestigers. Deze werden door Bernlef aan boord gehesen van het ‘nieuwe realisme’ en voor hem was Marianne Moore daar de voorloper en het boegbeeld van. Maar wie was Marianne Moore eigenlijk? ‘Haar helder parlando is de beste, zo niet de enige manier om de wereld om me heen te beschrijven’, zegt onze columnist.
Wilke en Jacobus
Na lezing van zijn column over het tragische leven van Hidde Puper wist een hem tot dan toe onbekende verre nicht het telefoonnummer van Hans Puper te achterhalen. Zij vertelde hem over het minstens zo tragische leven van Hiddes jongere tweelingbroers Wilke en Jacobus.
Schrijven doet pijn
Het zevende boek van columnist Hans Franse gaat over het leven van zijn zus, een oorlogsbruid die in 1946 trouwde met een Canadees. Het gaat ook over zijn eigen ontwikkeling in relatie tot haar. Een simpel onderwerp, dacht hij. Eerst werd het een opsomming van feiten, later kwamen daar de emoties bij. Toen moest er nog een beginzin komen….
Hoe meer je weet hoe meer je ziet
De vaste columnist van deze tweede zondag in de maand, Karel Wasch, is ziek, daarom vandaag een column van recensent Johan Reijmerink. Over de pretentie van de recensent/criticus via o.a. Henk van Os en Joost de Vries, het populisme op het terrein van de kunsten en het ter discussie staan van de wetenschap naar het onlangs verschenen boek van Reijmerink zelf.
Alle zegen komt van boven
Waar een wandeling tot prangende vragen leidt als ‘was Staring een goede dichter?’ Jan Loogman loopt naar De Wildenborch, het kasteel van Staring. In de Achterhoek was hij bekend als notabele die de agrarische vooruitgang bevorderde maar landelijke bekendheid verwierf hij als dichter. De wandeling lijkt te worden verstoord en niet in het minst door de regen.
What's in a name
Dankzij een marskramer ging Hidde Puper (1868 – 1936) fier door het leven. Een freule maakte daar genadeloos een eind aan; Hidde kwam daar nooit meer overheen. Een column van Hans Puper.
Herwarth en Paul
Hans Franse over de ontplooiing van een Prins der Nederlandstalige dichters: Paul van Ostaijen. Het geweld van de Eerste wereldoorlog heeft het werk van van Ostaijen bepaald. Hoe kwam van Ostaijen in Berlijn? Wat was zijn band met uitgever Herwarth Walden van het tijdschrift ‘Der Sturm’ en met wie maakte hij allemaal kennis? Over inspiratie en revolutie, serieuze menselijkheid en klankpoëzie.
Murk (1914-2014)
Karel Wasch over zijn vriendschap met Murk A. J. Popma die geen fietsenmaker of brillenslijper werd maar als bibliothecaris kwam te werken op de Vrije Universiteit. Dat deed hij op geheel eigenzinnige manier. Maar als beroep vulde hij steevast in: Dichter. "In dat opzicht was hij een soort Slauerhoff, die zei alleen in zijn gedichten te kunnen leven."
Een relatief nieuw perspectief
Liefde voor de taal, liefde voor Haarlem, een relatief nieuw perspectief, het was bij elkaar genoeg om Insayno tot stadsdichter van Haarlem te benoemen. Heel even leek het erop dat het ook voldoende was om hem te handhaven, ‘een tweede kans te geven’. Al gauw bleek dat toch niet zo te zijn. Jan Loogman vraagt zich af of dit niet anders had gekund?
