LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Gedichten
Gedichten
Roel Weerheijm Adam en Eva Een pasgewassen ochtend hangt te drogen aan de hemel. Mijn hand verkent je lichaam als een slang. Er is geen appel te bekennen, geen vijgenblad ligt in de weg. Maar bij elke aanraking wijk je van me vandaan, je bent een lichaam van mist. Ik wil je bevriezen maar er is vannacht teveel zomer in mijn slaap zodat je als regen op me neerklettert, geen vijgenblad om onder te schuilen, geen appel voor de dorst. Alleen een slang om dood te trappen.
Gedichten
Gedichten
Erik Spil Bejaardenbal vanuit het balkon gezien, -de nabije dood; blauwspoeling met permanent als een schuimende rivier, daarin hoofden als kale rotsen hun dansen is slechts het kreuken van ruiten en bloemen in colberts en jurken de vloer is van pantoffels. een glaasje advocaat als zonnige gedachte naar vroeger; dagen aan het strand; ze staan vast op die bruine foto's, nooit een dag ouder geworden.
Robert Hass - gedichten
Robert Hass - gedichten
Robert Hass EZRA POUNDS GRONDSTELLING Schoonheid is seksueel, en seksualiteit Is de vruchtbaarheid van de aarde en de vruchtbaarheid Van de aarde is economie. Ofschoon hij op het punt van financiën Geen aanbeveling voor dichters is, Dacht ik aan hem in de drukkende hitte Van nachtelijk Bangkok. Niet ouder dan veertien slentert ze op je af Buiten het Shangri-la Hotel En zegt in verstaanbaar Engels, ‘Wat denk je van een feestje, stoere jongen?’ Zo gaat het min of meer in z’n werk: De Wereldbank regelt het krediet waarna de stuwdam Driehonderd dorpen onder water zet en de dorpelingen hun weg vinden Naar de stad waar hun dochters in de bomvolle straten oplossen, En de grote turbines van de dam, knap gefabriceerd In Lu
Gedichten
Gedichten
Tania Alegria ZELFS LACHEN DOET PIJN Die droefheid is zelfs niet behandelbaar. Als endogene en kwaadaardige cel sticht ze wisselvalligheden in mijn uren, slaat in mijn aders, ondergronds, bij het pompen van de systole van de tijd om de gang der dagen vooruit te duwen. Ik weet niet wanneer ze kwam, niet hoe, niet vanwaar, of iemand ze met de hand tot aan mijn oevers bracht; de jaren die aan hun juk zijn gebonden sleepten haar mee of ze kwam op haar voeten, geslepen en hebzuchtig, meegesleurd door de gal van mijn stigma’s. Zeker is dat de voorkant van de klokken primeert en het touw rond mijn nek snoert met haar ogen van afgrond, haar handen van metaaldraad. Onder haar beheer doet zelfs lachen pijn. (Vertaling Fa Clae
Gedichten
Gedichten
Marijke Hanegraaf Een ster, een kind Schemering zet licht op een hoogwerker een gave ster en grijpbaar. In de duisternis ontstaat een oude vraag: hoort bij de ster een kind? Zo’n kind gezien vanuit een hemelsblauwe trein met care erop jagend langs grijze seinen door de winter van Europa met aan de route een versleten hek ademend in zijn hangslot zo’n kind dat zwaait naar het geratel in de avond een porseleinen pop tot barstens in de armen.
Gedichten Ruud Offermans
Gedichten Ruud Offermans
Ruud Offermans Lente Limburgs landschap in het ginder plukjes wit tegen een helling de eerste bloesem van het jaar ze versieren het landschap bloemen doen me denken aan thuis aan overal waar we zijn gebleven
Gedichten
Gedichten
Peter Swanborn Draad Een draad van glas hangt boven het bed. Hij trilt en schittert, golft langs kussens, lakens, over huid naakt en doorzichtig, schermt af, nodigt uit, maar heeft geen haast. Lost hij op, straks, achter haar rug, een ladder na de laatste drenkeling binnengehaald? Of valt hij neer, wikkelt het lijf dat achterblijft, klein en koud, in windsels van onbreekbaar licht.
Gedichten
Gedichten
Maren Mostert verlaten oord boven de opgedroogde zee een gebarsten woestijn de meeuwen die blijven krijsen en niemand die ze hoort geen levende ziel sterft hier een mooie dood geen sterveling vindt hier nog een teken van leven alleen het zand schuurt onverbiddelijk langs verloren woorden en verspilde tijd zo naakt ben jij zonder het te weten
Gedichten
Gedichten
Maarten van der Graaff Brandende longen, schreeuwvogels Hoofd zit vast in wat brutaalweg nachten worden genoemd, maar erg behendige, lichtgevende dingen zijn: ik vind mij. De lichamen van de goden worden vervuld, er stort regenwater in de letter, luister! Donkere nieuwsgierigheid is vrijgelaten uit de muil van de opwekkende natuurwetenschap. Ik ben bang. Ik heb het bestaan minder belangrijk gevonden en vervangen door brandende longen schreeuwvogels: het zwijgen met de schroeven aan de zijkant van de letter. Ik zit neer, ik ben gevlucht tot aan de afgrijselijke lach van de zee. Ik ga voor lange tijd op de open oceaan die opflakkert en terug naar de moerassen waar een maaier met blauwgekleurde gulzigheid het staande koren