LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Gedichten
Gedichten
Paul Boagert STIL Gij aarzelt niet als ge wat zegt en gij lijkt sprekend als ge zwijgt op iemand die het beter weet. Maar nu er nog wat braaksel hangt als woorden aan uw lippen, aan uw open mond, nu krijgt gij het niet uitgelekt, niet uitgelegd. Trager moet gij leren inhaleren als ik uw natte lippen kus, uw tong van kippenvel. De huig moet nu geparfumeerd: gij moet de opening van de verstuiver in de mondholte houden en drukken en slikken, niet stikken.
Gedichten
Gedichten
Lotte Dodion BEDANKT VOOR DE BLOEMEN Je bloemen tussen mijn knieën, water gutsend uit de vaas, ze verzuipen een beetje in hun plantproduct. Had je maar iets gegeven dat leefde, naar adem hapte, me zou aankijken als ik er tegen praatte, iets waarvan ik het warm of koud zou krijgen. Niet iets dat je doodmaakte voor je het aan me gaf en nu langzaam leegloopt onder mijn ogen, als een tijdsbom tussen ons. Nu is het bewezen, we lopen zelf leeg in mekaar, de wortels doorgeknipt, losgetrokken. Hoe harder we trekken, hoe losser de bodem, hoe meer grond we aan elkaar verliezen.
Gedichten
Gedichten
Gerrit Pleiter gedachten die ik niet hoef te denken roep mij niet terug ik heb genoeg aan mijn verwondering onderweg door een land zonder wegenkaart de stilte zingt op mijn trommelvliezen overal herinneringen aan een huis nergens woont de echo van een welkom een hond die mij blaffend tegemoet springt een vrouw lachend tussen tochtdeuren gedachten die ik niet hoef te denken liggen te spiegelen op verregende paden ik ben doorschijnend van leegte de wegen achter mijn rug zijn opgebroken waarom dan de stem die indringend mij roept de vierdaagse dood op te geven
Gedichten
Gedichten
Krijn Peter Hesselink Droom Toen de aarde eensklaps uit de bocht vloog en stuurloos door het universum zeilde vluchtten mijn zus en ik onder de grond en reisden twintig jaar terug in de tijd we kwamen Jean-Paul Sartre tegen die niet wist dat hij de redacteur zou worden van mijn twee eerste bundels, dat hij daarna zou overlijden aan een hartaanval en mijn derde boek zo in de kiem zou smoren hij lachte glazig, geloofde er geen snars van om hem te overtuigen wou ik al een gedicht uit Als geen ander voor gaan dragen toen ik bedacht: alles wat ik zeg kan tegen mij gebruikt worden, straks doe ik de toekomst van mijn poëzie teniet er viel een stilte, door zijn brillenglazen keek hij met één oog weg, terwijl het andere minacht
Gedichten
Gedichten
Maud Vanhauwaert dat de vader schimmelt tot schim draderig uiteen te trekken als suikerspin je eerste rimpel slap grijnzend op de stoep wacht zich als sjaal omdoet met u gaat wandelen dat is normaal. De lucht is cataract een emmertje kraakbeen voor de knieën voor de trap voor als je vijfenzeventig een frisse paling voor om de hals voor als het te warm voor op een bankje. En toch blijft de glimlach van een dode de ontspanning van een spier zakken mijn gesloten handen door het wakke dijbeenvlees schudden de bomen van nee, de bomen schudden van nee in de herfst
Gedichten
Gedichten
Dianne Soeters verwarring ik klim in hoogste bomen ren om het hardst en win van hem als ik val wil ik niet bloeden en van huilen word ik woest niemand zal me onder krijgen maar ik word steeds erger vrouw de man in mij vloekt weg ik zie mijn borsten groeien in een aarzelend besef alles wordt zo onbekend raakt me om het lijf en uit mij vloeit het eerste bloed ik weet niet hoe ik klimmen moet als ze anders naar me kijken die wiebelige tinteling...
Open podium (vervolg)
Open podium (vervolg)
Open podium
Open podium
Gedichten
Gedichten
Anthony Callens Als een vulkaan verzen spuwt Als een vulkaan verzen spuwt klinkt het dan verzoenend ? Als de Taag buiten haar oevers treedt heeft zij genoeg van de zee ? Evengoed is het verleidelijk zijn zelfvoldane lach als reddingsboei te werpen naar een drenkeling of de molecules van het water van trappen te voorzien, even broos, even weerlegbaar als het doodvonnis van verse sneeuw. Zwijg, Taag. Genoeg, vulkaan.