Klassiekers
Meander klassiekers
Besprekingen van de beste gedichten van de bekendste Nederlandse en Vlaamse dichters van na 1880.
Klassieker 111: Guillaume van der Graft - Vogels en vissen
Wilma van den Akker bespreekt 'Vogels en vissen' van Guillaume van der Graft: "Een gedicht dat blijft hangen in mijn geheugen wordt door mij persoonlijk als een klassieker beschouwd. Het heeft de tand des tijds doorstaan. Later heb ik hieraan andere criteria toegevoegd, zoals het kunnen oproepen van een sfeer, zonder deze heel nadrukkelijk te benoemen, en een zekere gelaagdheid." In deze bespreking zal blijken dat 'Vogels en vissen' ruimschoots aan deze criteria voldoet.
Klassieker 110: Marjoleine de Vos - Het leven in juni
De taal- en stijltechnieken die Marjoleine de Vos inzet in het gedicht 'Het leven in juni' zijn al even subtiel en geraffineerd als het gevoel van 'thuis' en 'sereniteit' dat zij weet op te roepen, betoogt Lambert Wierenga.
Klassieker 109: Bernd G. Bevers - Het wonder
'Het wonder' van Bernd G. Bevers is een gedicht zoals er niet veel voorkomen in het landschap van de moderne Nederlandse dichtkunst volgens Ivan Sacharov. Het sterke, nogal ongebruikelijke beeld van iemand die dorstig uit een plas regenwater drinkt, geeft het gedicht iets oers, iets mythisch, wat het authentieke karakter ervan nog meer doet uitkomen.
Klassieker 108: J. Slauerhoff - Brieven op zee
Wie aan Slauerhoff denkt, denkt onmiddellijk aan exotische landen en onstuimige zeeën. In het sonnet 'Brieven op zee' schetst de dichter volgens Michel Krott een helder, ontnuchterend beeld van het leven op een schip.
Klassieker 107: Miriam Van hee - reeën
De poëtische taal van Miriam Van hee (Gent, 1952) bestaat volgens Inge Boulonois uit subtiele observaties en doet denken aan een monologue intérieur. Haar gedicht 'Reeën' klinkt als gefluister, als een vluchtige bespiegeling.
Klassieker 106: Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen
In ‘Enkele andere overwegingen’ zet Rutger Kopland ons gewone denken en waarnemen in elf regels op z’n kop. ‘Hoe zal ik dit uitleggen?’ Lambert Wierenga weet de overwegingen van Kopland op waarde te schatten.
Klassieker 105: C.O. Jellema - Aurora borealis
Wie wel eens foto's van het noorderlicht heeft gezien, kan zich goed voorstellen wat voor overweldigende ervaring het is dat in werkelijkheid te zien. Jellema probeert deze ervaring op te roepen in het gedicht 'Aurora Borealis'. Bettine Siertsema komt danig onder de indruk van de poëtische krachttoer.
Klassieker 104: H.A. Gomperts - Côte d'Azur
Ivan Sacharov behandelt in zijn eerste bijdrage aan de Klassiekers 'Côte d'Azur' van H.A. Gomperts. Dit gedicht verdient wat hem betreft een plaatsje op het ere-podium.
Klassieker 103: Guillaume van der Graft - Brood op de wereld
Karin Doornik bespreekt 'Brood op de wereld' van Guillaume van der Graft. Al heeft de dichter zelf het gedicht kennelijk niet willen bewaren, het sprak haar direct aan, autonoom, zonder de kennis van eventuele thematische samenhang met ander werk of van de biografie van de dichter. Het was met name de klankrijkdom van de eerste strofe die haar meteen opviel.
