LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Recensies

Paul Demets - Moederkoren
Paul Demets - Moederkoren
Johan Reijmerink bespreekt ‘Moederkoren’ van Paul Demets: ‘Door de fascinatie die Demets heeft opgevat voor de films van de Belgische cineaste Chantal Akermans, is de intense zelfvervreemding en verwondering, afkeer en angst voor wie we zijn, zijn poëzie binnengekomen. De dichterlijke beleving van kindertijd tot volwassenheid komen langs, die de trekken van een spiegelpaleis vertoont waarin zich de nodige onvoorstelbare vertekeningen, verschuivingen en gedaantewisselingen aan het ik voltrekken.’
Els Moors - Voer voor struikrovers
Els Moors - Voer voor struikrovers
De bundel 'Voer voor struikrovers' van Els Moors, heeft volgens Francis Cromphout een duidelijk filosofisch karakter. De hoofdthema's zijn de dood (zelfmoord) en de moeizame relatie tussen man en vrouw. Er is het streven naar liefde en zegt Cromphout: 'Als er berusting is in de paradoxale vrijheid waartoe wij gedetermineerd zijn, ziet zij hoe de grens tussen het dierlijke en het menselijke wordt weggegomd'.
Sandrine Verstraete - kamers
Sandrine Verstraete - kamers
Het voorplat van 'kamers', de tweede bundel van Sandrine Verstraete, is opmerkelijk: alleen de titel staat erop. De naam van de dichter staat op de achterkant. Een vondst, want de dichter ervaart een versnippering van haar persoon, ze heeft geen vastomlijnde identiteit, iets wat een naam juist wel suggereert. Een recensie door Hans Puper.
Hanz Mirck - Labberkoeltje
Hanz Mirck - Labberkoeltje
De nieuwe bundel van Hanz Mirck heet ‘Labberkoeltje’. Hettie Marzak noemt het een rijke bundel. Over de inhoud zegt ze: ‘De wind heeft altijd al tot de verbeelding gesproken, kinderliedjes en gezegdes getuigen ervan. In deze prozagedichten, die verdeeld zijn over de vier seizoenen, is de wind een zelfstandig, antropomorf wezen, dat in vele vormen kan voorkomen, zoals bij de seizoenen hoort.’
Willem - De zaak Reinaerd Vos
Willem - De zaak Reinaerd Vos
Harrie Geelen vertaalde ‘De zaak Reinaerd Vos’ van Willem (die Madocke maecte). Hans Franse is onder de indruk: ‘De auteur volgt het gepaarde rijm, zoals in de MNL tekst, maar hij doet het niet krampachtig, het is een natuurlijke vertelstijl, waarbij de enjambementen het ritme van het verhaal versterken, het zijn de pauzes, de klemtonen die een beetje veranderen: het leest heel plezierig.’
Rogier de Jong - De kalenderman
Rogier de Jong - De kalenderman
In de ‘De kalenderman’ van Rogier de Jong staat de tijd centraal. Marc Bruynseraede ziet dat de dichter bij voorkeur in klare taal dicht over iets dat niet triest is, maar rijk aan melancholie en dat hij niet in banaliteiten vervalt. ‘Rogier de Jong lezen, nog vóór de lamp uitgaat, is een vanzelfsprekende beslissing voor de liefhebbers van zachtzinnige, tedere poëzie.’
Gustaaf Peek - Orang/oetan
Gustaaf Peek - Orang/oetan
Schrijver Gustaaf Peek maakt in de bundel ‘Orang/oetan’ zijn debuut als dichter. Francis Cromphout geeft aan dat de gedichten vanwege hun soberheid kracht uitstralen. Over de poëzie zegt hij: ‘’Zij bevat eigenzinnig geordende vrije verzen waar ieder leesteken uitgebannen is en die inhouden bevatten die de lezer tot uiterste concentratie nopen waarbij de dichter het volgende vraagt; ‘laat je buitmaken’.’’
Jo Gisekin - Hoe licht vibreert
Jo Gisekin - Hoe licht vibreert
In ‘Hoe licht vibreert’ brengt Jo Gisekin taal en beeld samen. Zij doet dit met schilderijen van Vlaamse Meesters uit de Leiestreek. Tom Veys zegt: ‘Haar taal gloeit om de dingen, om het poëtisch in beeld te brengen van mensen, subtiel en vaak suggestief. Het tempo in de gedichten is één op één met de schilderijen. Ze creëert poëzie waarbij licht vibreert in gedachtegangen.'
Pieter Leeflang en Wibo Kosters - wat het landschap denkt
Pieter Leeflang en Wibo Kosters - wat het landschap denkt
Fotograaf Pieter Leeflang en dichter Wibo Kosters hebben de handen ineen geslagen voor het boek ‘wat het landschap denkt’. Gedichten geïnspireerd op foto’s in een mooie uitgave. Ivan Sacharov loopt meteen tegen iets aan: ‘Het altijd hardnekkig optredende probleem dat één plaatje meer zegt dan duizend woorden, en één gedicht meer dan duizend plaatjes!’