Gedichten

Vos en wolf De grote ketel in de stalhoek: houthompen, vuur en dampend water. Hij zou in sprookjes niet misstaan om jonge meisjes in te stoven. Je stort er lakens in, die bollen, verdrinkt ze met een grote stok en stampt ons voetenvuil en zweet en oogvocht murw, zodat het loslaat en in de zinken emmer stroomt, het voorportaal van grup en put. Spookdromen, kom maar op. Ja vos die in mijn deken woont, heus wolf die op mijn kussen ligt – jij ruikt straks net als ik naar groene zeep.   Gekookte vingers Dit veld moet wel een slaapzaal […]

Lees verder

Taal onder spanning

‘De bundel is autobiografisch. In de laatste gedichtenreeks bijvoorbeeld heb ik de tijd van mijn moeder in het verzorgingshuis gedocumenteerd’, vertelt Jos Versteegen over Slapen bij een warme man. ‘Wat er met haar gebeurde, heb ik in gedichten proberen te beschrijven. Mijn moeder ging sinds 2003 geestelijk en ook lichamelijk achteruit.’

Lees verder

Niet bang zijn voor ruwe randjes

Dennis Gaens is dichter, hoofdredacteur van Op Ruwe Planken, en hij treedt regelmatig op met De Mugwumps. Zijn inspiratie haalt hij uit zijn directe omgeving en het werk van de Amerikaanse beatdichters. Maar wat doen toch al dat asfalt en al die stenen in zijn gedichten? En wat wil hij worden als hij later groot is? Meander zocht het uit.

Lees verder

Gedichten

bezet gebied onze benen over de rand van het perron geklemd kijken we langs het spoor dat van elke bestemming een verdwijnpunt langs een vluchtlijn maakt kijken in de trein naar een dwarsdoorsnede van steden die als kralen aan het spoor worden geregen totdat de knoop compleet is komen overal langs iets ander glas in hetzelfde beton spiegels voor wolkenkrabbers en kranen een enkele helikopter en een blauwdruk voor later leven in steden gegijzeld door morgen elke bouwgrond bezet gebied prikkeldraad de rode lijn lopen over ruitjespapier en rijden over steeds nog niet gesleten asfalt eeuwig onslijtbaar asfalt en wij […]

Lees verder

Gedichten

De zee is paars bij Piraeus. Een vlag kruipt uit de klokkentoren als de wind draait. Een man stapt over een hond. Een vrouw wrijft gebogen over haar ooglid. In een parapluwinkel valt een paraplu van de toonbank. Op een smalle tak zit een duif die erafvalt, fladdert en opnieuw gaat zitten de bes die te ver op het uiteinde van de twijg zit de tak die doorbuigt, de kraag die opbolt als de duif verschuift. Een meisje stapt in de metro met een bureaula. Op het dikke zand aan de branding schuift een visser horizontaal zijn hengel uit een […]

Lees verder