Gedichten

Steven Mortier

ademtocht

stapvoets drijf ik
asfaltopwaarts – altijd asfaltopwaarts

ik ben een watergeest.
iets dat vloeit althans.
(haperend, maar toch)

wist u dat licht kan stollen?
we noemen het schaduw maar eigenlijk
is dat dus gestold licht.

het is een uitstekend bouwmateriaal,
het beste. overdag hangt Sint-Anna
met haar oksels in krukken. ze staat –
maar niet erg vast. ’s nachts draagt ze
een harnas. is ze een oorlogsbodem.
steeds paraat – nimmer uitvarend.

aan haar voeten langs mij heen
buitelen bultruggen. u moet weten
dat bultruggen zich uitsluitend
bij regen in de stad vertonen.
snel, geruisloos en altijd per fiets
zeldzaam zijn ze niet, maar
je moet ze opmerken.

mij zien ze niet. ik ben immers
een watergeest – gehuld in
gestold licht. al zwemmen ze door
me heen – recht door me heen –
dan nog merken ze niets van mij.

heeft u dat wel eens meegemaakt?
dat iemand door u heen zwemt?
recht door u heen?

ik ook niet. het voelt – vermoed ik –
als stappen op een trede
die er niet is.

de kortste weg in de stad is een hoekige
vogelvlucht van kerk naar kerk.
vuurtorens zijn het. niet zoals in melige
preken van gerestaureerde pastoors.
meer in de betekenis van oriëntatiepunt
voor duiven. ergens moet er een verband zijn
tussen belijden en beschijten. afdwalen, dolen,
nog zo van die woorden waar ze graag
confituur van maken.

in de stad kan je enkel in jezelf verdwalen.
het is als de tafel zetten. je gaat iets halen
in de keuken maar je bent vergeten wat
dus keer je terug om te zien wat ontbreekt.

dat is de kern van het dwalen:
inventariseren wat ontbreekt.
daar leent de stad zich uitstekend voor.

volg de weg asfaltopwaarts – altijd
asfaltopwaarts. bel aan bij het huis
waarin de stad schemert. schuif bij.
de tafel is maar half gedekt
maar laat dat geen bezwaar zijn.

Lees verder

Dat wat ontbreekt

Jurre van den Berg (Thesinge, 1986) debuteerde dit voorjaar officieel met de dichtbundel Binnenvaart bij Uitgeverij Passage in een nieuwe reeks die bestaat uit werk van winnaars, jong literair talent, van het Hendrik de Vries-stipendium. Van den Berg heeft net zijn studie Sociologie afgerond aan de universiteit van Groningen, waar hij in het collegejaar 2005-2006 huisdichter was, en is redactielid bij Doe Maar Dicht Maar.

Lees verder

Gedichten

Chrétien Breukers

Bezoek aan het geboortehuis van C. B.

Hier werd mijn jonge vriend geboren!
Met schroom deed ik de voordeur van het
slot. Het huis stond leeg. Rollend pluisstof.
Zonder woorden was toen mijn gebed.

Om mij heen werden de muren broos.

Buitenlucht scheen er doorheen. Stemmen
fluisterden mij verzen in. Klaagtaal
over tijd die te beginnen stond:

eeuwen waar mijn vriend geen weet van had.

Lees verder

'Ik ben het gelukkigst als mijn broer mompelt: niet slecht'

Steven Mortier is geboren in Gent in 1975. Hij groeide op in Hansbeke en woonde in het voormalige klooster. Dat gebouw fungeerde als parochiaal centrum waarvan zijn ouders de conciërges waren. Die omgeving had invloed op zijn leven en zijn poëzie. Inmiddels is Mortier naar Gent verhuisd, waar hij nog altijd woont met vrouw en kinderen. Sinds 2004 werkt hij voor het Agentschap Ruimtelijke ordening en Onroerend erfgoed Vlaanderen. In dit Meandernummer debuteert hij met zijn poëzie.

Lees verder

'Wie ben ik?'

Chrétien Breukers blies de befaamde Windroosreeks nieuw leven in. Hij begon een weblog dat uitgroeide tot een van de meest bezochte poëziesites van het Nederlandse taalgebied. Hij startte een uitgeverij, maakte een bloemlezing van Nederlandstalige poëzie tussen 1980-2005 en schreef een boek over hoe je dichter kunt worden. Als dichter heeft hij meerdere bundels op zijn naam staan. Meander interviewt hem over zijn laatste bundel, Gysbert Japicx bezoekt het drielandenpunt.

Lees verder