Het is niet altijd een lieftallig proces

Ester Naomi Perquin (Utrecht, 1980) groeide op in Zierikzee en woont op dit moment in Rotterdam. Zij volgde de opleiding Poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam waar zij in 2006 afstudeerde. Ze publiceerde gedichten in De Tweede Ronde en Tirade en is op dit moment redacteur van dit laatstgenoemde tijdschrift.
In 2007 debuteerde ze met de bundel Servetten halfstok. Voor deze bundel ontving ze de debuutprijs van Het Liegend Konijn. In 2008 verscheen haar tweede bundel Namens de ander. Voor de bundels samen ontving ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2009.

Lees verder

Altijd op zoek naar de fysieke impact van het woord

Peter Helsen (1974, Leuven) heeft een vriendin, Muriel, en twee kinderen, Jip en Pina. Hij werkt aan de KULeuven en publiceerde voorlopig alleen nog maar op Dichttalent. Frouke Arns, die een zomeraflevering van Meander verzorgde, maakte ons echter attent op zijn bestaan. Daarom een interview!

Lees verder

Gedichten

Peter Helsen

Derde brief aan M

M :

Je aaide bruine beren toen je niet meer was dan een
kleuter die kon tellen tot je zomerknieën, altijd
gehavend, zoals je leven daarna, beter
was je een boot geweest. Of een vis.

Wie toen, al was het langs honderden hoofden,
schouders, armen heen, je blik vasthield, speelde
met zijn/haar geluk.

Maar mij ontbreekt het niet langer meer
aan jou, je bent net genoeg. Maar ook zoveel
meer. Je blonde
hart is. Redding en troost.

Lees verder

Gedichten

Baudelaire

RECUEILLEMENT

Sois sage, ô ma Douleur, et tiens-toi plus tranquille.
Tu réclamais le Soir; il descend; le voici :
Une atmosphère obscure enveloppe la ville,
Aux uns portant la paix, aux autres le souci.

Pendant que des mortels la multitude vile,
Sous le fouet du Plaisir, ce bourreau sans merci,
Va cueillir des remords dans la fête servile,
Ma Douleur, donne-moi la main; viens par ici,

Loin d’eux. Vois se pencher les défuntes Années,
Sur les balcons du ciel, en robes surannées;
Surgir du fond des eaux le Regret souriant;

Le Soleil moribond s’endormir sous une arche,
Et, comme un long linceul traînant à l’Orient,
Entends, ma chère, entends la douce Nuit qui marche.

BEZINNING

Probeer je te beheersen, lieve Smart, kalmeer.
Het is al Avond, kijk, was dat niet wat je wilde?
De stad wordt overtrokken door een donker waas;
het brengt de een respijt, de ander zware zorgen.

Terwijl de grote massa vuige stervelingen
gegeseld door Genot, die wrede folteraar,
op wroeging uitgaat tijdens feesten voor de slaven —
reik mij je hand, mijn Smart, en kom maar met me mee,

we gaan ver weg. Kijk daar, gestorven jaren hangen
in ouderwetse robes over luchtbalkons;
daar duikt glimlachend Spijt diep uit het water op;

en daar, onder een boog, de Zon die stervend inslaapt;
en luister, lieve, luister naar de zachte Nacht
die als een lange wade door het Oosten schrijdt.

Lees verder

Gedichten

Esther Naomi Perquin

Mens blijft staan

Waren we nuttiger dingen geweest, onze buiken groenblauwe globes,
onze harten de motors (eenzaam, knalroze) onze handen door
goden omwikkeld met plakband, aan draden tot grotere dingen bewogen

en waren we draagbaar geweest (handvat aan de bovenkant) vraag dan
hoeveel keer beter, hoeveel keer meer – waren we eenmaal
doorzichtig geweest, de lijnen kwijt, we hadden het beter begrepen.

We hechtten tot nu toe geloof aan een mond en twee ogen
maar dit heeft geen gezicht, heeft geen gezicht nodig.
Het is hoe het kijkt en laat je hier achter.

Niemand verplaatst je in wat je betekent, geen mens laat je opstaan
en zweven, we zijn ons beperkte bewegen gewend.

We zullen niets zinnigs meer worden, zijn het misschien al geweest.
Afwezig. Helder ingetekend. Ontdaan van wisselvalligheden.
Iets dat klaar is en waar je, voor even,
de eerste getuige van bent.

Lees verder