Hans Groenewegen – Met schrijven zin verzamelen. Over poëzie in de Lage Landen

Joop Leibbrand las Met schrijven zin verzamelen, de nieuwste essaybundel van Hans Groenewegen. Hij stelt vast: Groenewegen beperkt zich niet tot één poëtisch genre of één type dichter, doet niet of nauwelijks aan kwaliteitsoordelen, neemt dichters niet de maat en het is duidelijk dat een begrip als ontoegankelijk voor hem niet bestaat. Hij heeft aandacht voor betekenis, vorm en klank, weegt de plaats van het gedicht in de bundel, heeft een scherp oog voor verschuivingen en ontwikkelingen binnen het oeuvre van een dichter. Je proeft dat hij schrijft in voortdurende dialoog met de lezer en dichter die hij zelf is. Hij is bereid zich voortdurend te verantwoorden voor zijn interpretaties, die hij nooit oplegt maar die zich als vanzelfsprekend aandienen, ook als hij, wat meerdere keren gebeurt, op eerdere opvattingen terugkomt. Zijn poëtica is: goed lezen, herlezen, ter discussie stellen. Daarbij valt vooral ook zijn ongelooflijke belezenheid op; het lijkt wel alsof hij alles kent wat de laatste decennia in het Nederlands taalgebied aan poëzie geschreven is.

Lees verder

Bernard Wesselings – Naar de daken

Het blijft een wonderlijke gewaarwording een dichtbundel te lezen over existentiële zaken als de dood, en hoe daarmee te leven, terwijl hij nergens zwaar wordt. De dichter staat boven de dingen, vanaf het dak ziet hij de wereld beneden en wacht op de verandering van licht, wacht op betere tijden, terwijl hij volhoudt en zich sterk maakt en poëzie schrijft, die zich in de lezer voortplant, en zo wint.
Meer!, dacht Levity Peters toen hij Naar de daken van Bernard Wesseling uit had: Meer! Meer!

Lees verder

Luuk Gruwez – Wijvenheide

Er valt veel te genieten in ‘Wijvenheide’ van Luuk Gruwez. Gedichten waarin het vleselijke en de humor een smakelijke combinatie vormen. Het titelgedicht is wat flauw vergeleken bij de verder interessant gekruide inhoud.

Lees verder

Charles Ducal – Alsof ik er haast ben. Verzamelde gedichten 1987-2012

Charles Ducals Het huwelijk was indertijd een overrompelende bundel. En nog. Niet voor niets draagt hij de titel van Elsschots bekendste gedicht, want niet alleen is het huwelijksleven als zodanig een belangrijk thema in de bundel, ook de toonzetting is vaak Elsschottiaans, zowel vanwege die zo kenmerkende mengeling van ironie, cynisme, bekommernis en humor, als door de naturalistische inbedding en de duidelijke drang tot verisme. Ieder gedicht is op zoek naar een waarheid over de condition humaine die met volle overtuiging persoonlijk én algemeen geldig wordt gemaakt.
Alsof ik er haast ben. Verzamelde gedichten 1987-2012 bevat nóg vijf bundels, waarover Joop Leibbrand even enthousiast is.

Lees verder

Xavier Roelens – Stormen, olielekken, motetten

In Stormen, olielekken, motetten van Xavier Roelens is de poëtische stijl een kruising tussen het modernisme en het postmodernisme. Modernistische elementen zijn onder andere de overdaad aan woorden en beelden en het specifieke gebruik van taal als instrument. Maar bovenal is de bundel postmodernistisch in zijn boodschap: er is geen groot verhaal meer. De beelden komen één voor één op de lezer af, zonder samenhang en dus zonder de intentie om er één verhaal van te maken. Of het moet het verhaal zijn van de kwalijke invloed van de mens op de natuur.

Lees verder