Tonnus Oosterhoff – Ja nee

Recensent Paul Roelofsen heeft ‘Ja nee’ van Tonnus Oosterhoff met plezier gelezen en dat gunt hij anderen ook. Helaas is de lezerskring beperkt en dat is niet terecht, ‘want of je nu graag ernstig ontregeld wilt worden, van humor houdt of geniet van het stoeien met taal, je komt bij deze dichter hoe dan ook aan je trekken.’

Lees verder

Dimitri Casteleyn – Vanwaar kom je beeld

‘Vanwaar kom je beeld’ is de nieuwe bundel van Dimitri Casteleyn. Recensent Ivan Sacharov gaat met hem in discussie: ‘Er lijkt overigens niets aan te doen dat iemand langzaam ‘in zichzelf verandert’, zoals de dichter dat zo cryptisch zegt. Iemand wordt noodzakelijkerwijs steeds meer zichzelf doordat hij wordt ervaren (door zichzelf en anderen) en doordat de gedroomde tijd die we de toekomst noemen steeds korter wordt. We zijn voorbestemd onszelf te worden, of we willen of niet!’ Een boeiende bundel.

Lees verder

Klassieker 212: Hans Tentije – Berlijn – Ansbacher Strasse

De klassieker van deze maand kent een nauwkeurige locatie. Om elke verwarring uit te sluiten gaf Hans Tentije in de titel niet alleen de straat maar ook de plaats aan. Dat maakt nieuwsgierig. Wat heeft de dichter in deze straat gezien? Wat is er gebeurd? René Leverink ging voor ons op onderzoek uit.

Lees verder

Marleen de Crée – Erbarme dich

Recensent Romain John van de Maele: ‘Zopas verscheen ‘Erbarme dich’, een nieuwe dichtbundel van Marleen de Crée (1941). Het werk is echter meer dan een dichtbundel, het is een Gesamtkunstwerk. In een intrigerende inleiding gaat Johan van Cauwenberghe op zoek naar de oorsprong van de titel, en hij staat stil bij de relatie tussen lijden, medeleven en kunst. Zijn korte verkenning gaat niet alleen over de gedichten van Marleen de Crée, maar ook over muziek en visuele kunst.’ Van de Maele is zeer onder de indruk van de bundel.

Lees verder

Alexis de Roode – Een steen openvouwen

‘Ik ben vandaag in dienst getreden van het goede’ schrijft Alexis de Roode in het eerste gedicht van zijn bundel ‘Een steen openvouwen’. Maar wat is het goede? Recensent Eric van Loo: ‘Veel gedichten hebben een donkere, om niet te zeggen donkerroode ondertoon. ( … ). Maar, zegt Van Loo: ‘[er zijn] ook gedichten, waarin De Roode in lyrische en heldere stijl misstanden aan de kaak stelt.’

Lees verder