Frank Boeijen – Palermo

Eric van Loo over het tekstboek met op twee cd’s bijgevoegde muziek, ‘Palermo’ van Frank Boeijen: ‘Binnen de Nederlandstalige popmuziek vielen de teksten van Boeijen van meet af aan op door hun poëtische karakter. (…) Met zijn teksten, die bijna allemaal over liefde gaan, wil Boeijen ingaan tegen de stroom van het cynisme van deze tijd. De burgemeester van Palermo, die elke vluchteling persoonlijk welkom heet, is voor hem daarbij een symbool van moed en menselijkheid.’

Lees verder

Gedichten

Marjan De Ridder aka Marianders is heilig verliefd op woorden. Daarnaast combineert ze deze met beelden, het resultaat daarvan kan je bekijken op haar website. Haar teksten zijn nomaden en reizen van poëzie, slam, spoken word tot rap. In de zomer van 2017 ging ze aan boord van de poëziebus, sindsdien is ze naar eigen zeggen niet meer uitgestapt.

Lees verder

Jan Dullemond – Om tijd te winnen

Hans Franse over ‘Om tijd te winnen’, een selectie uit de gedichten van Jan Dullemond: ‘De poëzie vertelt, er is weinig beeldende lyriek bij: de vertellingen zijn wat recht toe recht aan, soms zelfs aan de droge kant verwoord. Ik mis daarbij het lyrische moment. Wat ik wel opmerk is een menselijk gevoel dat als het ware op de achtergrond meespeelt, het is sterk ingehouden, er zijn momenten dat het even doorbreekt.’

Lees verder

Ester Naomi Perquin – Lange armen. Gedichten over de politie

Ernst Jan Peters las ‘Lange armen. Gedichten over de politie’ van Ester Naomi Perquin en ziet daarin een warm eerbetoon aan mensen die bij de politie werken. Voortgekomen uit een opdracht bij het eerste lustrum van de vernieuwde politieorganisatie heeft de ‘Dichter des Vaderlands’ meegelopen met agenten en gesprekken gevoerd. De tien gedichten zijn uit op herkenning en erkenning en daarin slagen ze.

Lees verder

Kreek Daey Ouwens – Oefening in alleen lopen

Johan Reijmerink over ‘Oefening in alleen lopen’ van Kreek Daey Ouwens: ‘De emotionele ontwikkeling van kind tot volwassen vrouw vormt de thematische achtergrond (…) Het wordt duidelijk dat voor Ouwens taal een middel is om de ander te bereiken. Ze maakt weinig gebruik van metaforen. Het gevaar dat haar zodoende bedreigt, is dat ze daardoor de gelaagdheid in haar werkelijkheid niet altijd voldoende tot gelding weet te brengen.

Lees verder