Jan De Bruyn

Jan De Bruyn houdt van Engelstalige poëzie en vertaalde gedichten van Robert Bley, Louis Jenkins, Louise Glück, Simon Armitage en e e cummings. Zijn eigen werk bevat aanschouwelijk denken, ‘het vieren en inhalen van een vliegertouwen langs die strakke parabool’ en verscheen in diverse literaire tijdschriften.

Lees verder

August Stramm – De mensheid / Wereldwee / De laatste / Wachten

Jan H. Mysjkin vertaalde twee lange gedichten en twee korte teksten van August Stramm (1874 – 1915), in de woorden van Paul van Ostaijen de enige expressionistische dichter van Duitsland. In de poëzie van Stramm gaan alleenstaande, vaak herhaalde woorden verbanden met elkaar aan, ritme en klank zijn essentieel, het is de lyriek van woordcomposities. Paul Roelofsen typeert deze bijzondere bundel als ‘Pijnpoëzie, stuwend en doordenderend, die men bij voorkeur hardop dient (voor) te lezen.’

Lees verder

Klassieker 231: Jannah Loontjens – Geplastificeerd

‘Geplastificeerd’ is bij uitstek een onpoëtisch woord. Jannah Loontjens stoort zich daar niet aan, en gebruikt het zelfs als titel voor een gedicht. Een bijzonder gedicht, volgens Inge Boulonois. Een klassieker over de moderne mens in een nieuwbouwwijk.

Lees verder

Anton Ent – De gele zweep

Johan Reijmerink over ‘De gele zweep’ van Anton Ent: “[Hij] is in staat gebleken een coherente bundel samen te stellen uit een diversiteit aan gedichten. Zijn poëzie munt niet uit in verrassende metaforen en zinsneden, maar is wel zeer doordacht en gelaagd. Ze reikt naar het ‘onbekende afwezige’, het ‘iets’. Is daarin niet wellicht een fundamentele grond voor de waardering van zijn poëzie gelegen?’

Lees verder