Saskia de Jong – Het jaagpad op en af

Volgens recensent Ivan Sacharov bestaat de poëzie van Saskia de Jong in ‘het jaagpad op en af’ uit intuïtieve woordspelingen: ‘De gedichten bestaan – als zandkastelen in een regenbui – nét op het randje van betekenis. Een betekenis die flexibel is en voor een groot deel aan de lezer wordt overgelaten. Dat is natuurlijk prachtig! Maar het heeft ook zijn beperkingen.’

Lees verder

Allerkapjesdag

Columnist Jan Loogman hoopt op een allerkapjesdag à la Kemps ‘Allerschoenendag’. Zijn mijmeringen in de trein, kijkend naar de andere forensen, brengen hem naar de dichter Kemps. Elke dag reisde Kemps per trein heen en weer tussen Maastricht en Eygelshoven en schreef op weg naar zijn werk gedichten. Bij het uitstappen zwaait Jan Loogman met het mondkapje hem lof toe.

Lees verder

Steven Van Der Heyden

Steven Van Der Heyden maakt voor ons ‘een stilleven met het terloopse van een polaroid’, ‘een reden om te blijven’ terwijl we ‘de vluchtlijnen nog volgen’. Zijn geheugen ‘werkt als een mes en snijdt de korsten van de dagen’. Om zo goed als nieuw te worden van zijn woorden, dat is meer dan ‘een kladversie van mezelf’.

Lees verder

Astrid Dewancker – Wie omkijkt wordt gezien

De bundel ‘Wie omkijkt wordt gezien’ van Astrid Dewancker staat als een huis volgens Janine Jongsma: ‘Het leest als een autobiografische bundel. De toon is nergens luchtig. Deze vrouw had een bewogen leven. Dit debuut is tevens haar zwanenzang en dat ontroert. Ze schrijft direct en zonder sentiment, de taal is eenvoudig, maar de beelden levensecht.’

Lees verder