Zomerstop

Een regel uit een gedicht van Roel Richelieu Van Londersele als aankondiging van onze zomerstop. We zullen u missen maar zien u terug op 10 augustus. We wensen u een prachtige zomer!

Lees verder

Tovenaar

‘Soms weet je -zeker als kind- met een tovenaar te maken te hebben.’ Karel Wasch over zijn grootvader, de man naar wie hij vernoemd werd, de romancier èn de liefhebber van glas.
Na de oorlog schrijft hij nauwelijks meer. De tovenaar bleef tot zijn dood actief als toneelcriticus, conservator, verzetsman en esotericus. ‘Een rijk leven. Ik ben nog steeds trots op hem.’

Lees verder

J. H. van Geemert

‘Omdat ik jong geweest en oud geworden ben’, dicht J.H. van Geemert, ‘schrijf ik piepkleine waarnemingen, die iedereen al kent, in rare afgebroken zinnen die je niet snapt.’ Maar begrijpen doen we het. Het ongezegde wordt ons uitgelegd in eenvoud en met liefde. Alles dat geschreven is, blijft over en troost ons.

Lees verder

Tijs van Bragt – Bonterik Sterrenzager

Recensent Paul Roelofsen vindt in de bundel ‘Bonterik Sterrenzager’ van Tijs van Bragt, poëzie die zich naar boven graaft: ‘De bundel bevat naast deze ogenschijnlijk lichte lyriek, gedichten die weliswaar naar buiten zijn gericht maar waar diep graafwerk aan vooraf is gegaan, soms op het (quasi?) filosofische af. Poëzie die met grote aandacht is geschreven en die met dezelfde aandacht dient te worden gelezen. Wie dat doet wordt rijkelijk beloond.’

Lees verder