Tjitske Jansen – Iedereen moet ergens zijn

Johan Reijmerink bespreekt de nieuwste bundel van Tjitske Jansen: ‘Iedereen moet ergens zijn’. Zij gebruikt vroegere levenservaringen om zich te verdiepen in de zin van haar leven. ‘Jansen beschikt over een associatieve geest, een wispelturige verbeelding, een sterk ontwikkeld gevoel voor absurditeit en een groot inlevingsvermogen om de geest van kinderen en volwassenen binnen te dringen.’

Lees verder

Hillenius

Het raadsel van de geboorte is door veel dichters bezongen. De dichter/bioloog Dik Hillenius (1927-1987) publiceerde er één vers over, dat in zijn eenvoud bijzonder diepzinnig is. Karel Wasch over dat gedicht en de schrijver ervan. “Zijn poëzie onderscheidde zich niet essentieel van zijn proza: observaties en ideeën waren hier tot hun absolute kern teruggebracht.”

Lees verder

Jabik Veenbaas

“Meer dan een armvol zijn we niet / zand, wind en water / soms haast een eiland / dat op nieuw leven hoopt” dicht Jabik Veenbaas. Op onze ‘leeftocht’ graaien we deze troost bijeen en gaan we door. Oeroude voorwaarden, grillige goden en hulpeloze schepselen. En dan is daar de dichter.

Lees verder

Dichters bij Raveel – Met Heldere Verf en Verlangen

Carl De Strycker stelde een bundel samen ‘Met Heldere Verf en Verlangen’ door Dichters bij Raveel, waarin de gedichten een dialoog aangaan met een werk van Raveel. Wim Platvoet ging op onderzoek uit: ‘De hamvraag voor iemand die deze gedichten leest is natuurlijk: kijkt hij tijdens het lezen voortdurend naar het werk van Raveel, dat zo prominent is afgebeeld, of leest hij tijdens het kijken voortdurend het gedicht? Denken zijn ogen of kijken zijn hersenen?’

Lees verder