“Schrijven is voor mij volledige vrijheid.”

Op 25 januari kwam de nieuwe bundel uit van Joris Miedema, ‘De oneindige oester’. Poëzie fungeert voor hem inmiddels als een levenslijn. Het liefst wil hij alles in beweging laten komen, zelfs de dood. De waanzin is voor hem juist elke dag en poëzie een soort saus die je er nog overheen giet om hem behapbaar te maken.

Lees verder

Stefaan Pauwels – Nog iets dat ik weet over jou

Marc Bruynseraede verdiepte zich in de debuutbundel ‘Nog iets dat ik weet over jou’ van Stefaan Pauwels: ‘Hij toont een rijk arsenaal aan beelden en verbeelding, aan taalkracht en aan achterliggend decor van beleving en belezenheid. Zijn verzen zitten goed in mekaar, al roepen ze soms vreemde werelden op, maar in dichtkunst is een en ander toegelaten.’

Lees verder

Wat Maakt Een Gedicht Goed? (33)

Een nieuwe serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend. Het drieëndertigste antwoord komt van Jeanine Hoedemakers.

Lees verder

René van Loenen – Surplace

Marc Eyck vindt in de nieuwe bundel van René van Loenen, ‘Surplace’, gedichten die vertraging gebruiken om poëtisch voordeel te behalen. Hoewel Van Loenens taalgebruik in vorige bundels ook wel geduid werd als eendimensionaal, lijkt de dichter zich met deze bundel te revancheren. Het taalgebruik in deze bundel is eenvoudig en transparant, en roept op deze manier herkenning op. Toch mist de recensent ‘de worsteling met de mooi beschreven ervaringen of overdenkingen. De gedichten schuren niet, gaan je niet onder de huid zitten.’

Lees verder