Anton Korteweg – Enfin

In de jubileumuitgave ‘Enfin’ van Anton Korteweg, treft Herbert Mouwen bijzondere en vermakelijke poëzie aan: ‘Anton Korteweg wordt niet voor niets de meester van de ironie genoemd. Er is vrijwel geen gedicht in de bundel waar ik niet om heb moeten (glim)lachen. Hij is geen komische, maar meer een humoristische dichter die het tragische met het komische in zijn gedichten verbindt. Korteweg is een kundig dichter, hij heeft oog voor zijn voorgangers en hun poëzie en maakt gebruik van hun werk.’

Lees verder

Dagen

Er zijn dichters die heel ver gaan om bekend te worden: zij doen er alles aan zichzelf en hun poëzie ‘in de markt te zetten’ door te netwerken en zich binnen trends net genoeg van hun concurrenten te onderscheiden om als uniek beschouwd te worden. Hun volstrekte tegendeel is Kees Engelhart, die in stilte werkt aan een episch gedicht, dat zo’n 50.000 regels moet gaan tellen. De februari-column van Hans Puper.

Lees verder

De favorieten van Jinze de Klerk

In de serie “favorieten van Meandermedewerkers” presenteert Jinze de Klerk zijn drie lievelingsgedichten. Hij koos voor werk van de dichters Paul Celan, Victor Vroomkoning en Pieter Boskma.

Lees verder

Senne Bogaerts – De vochtige slapeloosheid

Jeanine Hoedemakers is als babyboomer onder de indruk van millennial Senne Bogaerts, die met ‘De vochtige slapeloosheid’ zijn debuut maakt. De pakkende titels zijn gedichten op zich en er gebeurt veel in deze gedichten.‘Bogaerts schrijft poëzie op twee manieren: dikwijls zit de poëzie in de originele beschrijvingen en de soms welhaast kinderlijke gedachtekronkels, vaak ook zit hij verborgen tussen de regels.’

Lees verder