Kamiel Choi – Tiktaalik

Volgens Peter Vermaat slaagt Kamiel Choi met de bundel ‘Tiktaalik’ er vooral in om uitdrukking te geven aan zijn caleidoscopische persoonlijkheid als dichter: ‘’Je ‘tikt’ de dichter, raakt hem (aan) en hij drukt zichzelf, zijn ‘ik’, uit in taal. Geef een vulkaan een duw en hij barst uit. Een dichter die zichzelf beschouwt als vulkaan van taal, maakt achteraf geen onderscheid tussen zijn erupties, die uit de aard der zaak dan altijd aan elkaar gelijkwaardig zijn.’’

Kamiel Choi – Minder aardig

Het stoort recensent Peter J. R. Vermaat dat de ‘auteur’ van de bundel ‘Minder aardig’, Kamiel Choi, zijn gedichten die omringd zijn met allerlei andere teksten, ‘samenraapsels’ noemt. Volgens hem is in de bundel zichtbaar dat de auteur, of hij dat wil of niet, werkelijke poëzie schrijven kan. Hij ontdekt de dichter; een mens van taal.

De favorieten van Kamiel Choi

In de serie “favorieten van Meandermedewerkers” presenteert Kamiel Choi zijn drie lievelingsgedichten. Hij koos voor werk van de dichters W.S. Merwin, Fernando Pessoa en Sylvia Plath.

Kamiel & Miru Choi – In onze rivier

Herbert Mouwen bespreekt ‘In onze rivier’: ‘De bundel van Kamiel & Miru Choi heeft een speels karakter, toont aantrekkelijke vormen van taalspel en bevat veelvuldig een serieuze inhoud die kinderen aan het denken zet. De gedichten zijn voorzien van kleurrijke illustraties, die passen in de wereld van jonge kinderen. Een gezamenlijke stroom gedichten en illustraties van vader en dochter, die dartel kronkelt door het kinderpoëzielandschap en daar onbekommerd zijn weg zoekt.’

Peter Verhelst – 2050

Kamiel Choi duikt in de toekomst met de bundel ‘2050’ van Peter Verhelst: ‘’Omdat de bundel vooral bestaat uit concrete voorstellingen (de poëzie van Verhelst wordt ‘lichamelijk’ genoemd) ligt het voor de hand te schrijven dat de bundel met poëtische middelen een scan maakt van de toekomst van het jaar 2050. De auteur bestookt de lezer met een spervuur aan fantasie, een carnavalsstoet van bonte kostgangers die de verbrande aarde ‘na ons’ bewonen – toekomstige kostgangers met wie wij nu al te doen hebben, uit estheticisme of engagement.’’