Archief
Nijhoffs beide Kinderkruistochten
Zelfs in het werk van een vooraanstaand dichter kun je een gedicht tegenkomen dat je tegenstaat. Jan van der Vegt heeft dat (onder meer) ervaren bij Nijhoff en zijn gedicht ‘De kinderkruistocht’, dat bestaat uit achttien rijmende tweeregelige strofen (distichons), in april 1919 gepubliceerd in het blad ‘De Beweging’. Waarom moesten die kinderen op reis, zelfs zonder afscheid te nemen? Waarom heet dit een ‘kruistocht’?

Jeroen van Kan - komeet ping pong
De tweede bundel van Jeroen van Kan is getiteld: ‘komeet ping pong’. Deze titel maakte Ellis van Atten nieuwsgierig naar de inhoud. Ze is blij verrast door het taalspel van de dichter, de humor en de lay-out, al wordt de lezer wel aan het werk gezet. Leestekens ontbreken en je moet door de enjambementen heen lezen.
Nieuwsbrief 6 / 8 februari
Chaos en vernieuwing
Hoewel Rogier de Jong geen filosoof is, gaat hij in op het begrip dialectiek, dat zegt dat waarheid uit tegenstellingen ontstaat. Dat is een mooie gedachte, die een belofte in zich draagt van verzoening, althans van een nieuw evenwicht, een synthese. Alles in het leven draait om balans. Zodra dat evenwicht verstoord wordt, is er ruimte voor vooruitgang en groei. Ook dichters maken een dergelijke ontwikkeling door.
Jan Clement
Deze dichter kan met weinig woorden een beeld schetsen, een sfeer neerzetten, zijn werk is filmisch en beklijvend. Alle gedichten hebben stilte als thema. Ingehouden en met een aarzeling tussen de woorden, dat is beheersing en zorgvuldigheid. Er hoeft niets meer gezegd, het is voldoende zo. ‘Dromen trekken over ons gezicht.’

Jan M. Meier - Verdraaide Liefde
In de nieuwe bundel ‘Verdraaide Liefde’ van Jan M. Meier wordt opnieuw een symbiose gesuggereerd met het visuele aspect. Francis Cromphout voegt hieraan toe: ‘als wij het over symbiose hebben, geldt dit echter in de eerste plaats voor de relatie van de dichter met zijn levenspartner, psychologe Diane Ruthgeers, aan wie deze bundel een intense en veelvormige liefdesverklaring is.’
Interview Aleid Bos
'Ik droom ervan', zegt Aleid Bos, 'dat zo nu en dan iemand een dichtbundel van mij pakt ter vertroosting en dat dan vindt in een gedicht van mij. Dat mijn poëzie verlichting geeft als iemand zich terneergeslagen voelt.' Ze houdt er niet zo van als een gedicht hoogdravend en ingewikkelder klinkt dan wat er te zeggen valt.

Jacobus Bos - Een omgekeerde wereld
De nieuwste bundel van Jacobus Bos heeft de intrigerende titel: ‘Een omgekeerde wereld’. Paul Roelofsen over de stijl van de dichter: ‘het woordgebruik van Bos is niet bepaald lyrisch en op mooischrijverij valt hij ook niet te betrappen; Bos schrijft glashelder en laat zich niet van de wijs brengen door raadsels, paradoxen en andere stijlfiguren.
Wim Vandeleene
Verrassende en spannende beeldspraak van deze dichter die ‘onze zorgen’ laat ‘stijgen als luchtbellen in een aquarium’ en ons ‘het zachte licht dat door gordijnen sijpelt’ laat proeven en het geluk noemt als het natte huis bovendrijft, de toeschouwer wegwuift met een golvend gebaar. En dat is maar goed ook want ‘je tred verandert onder het gewicht van je gemoed’.

Merlijn Huntjens - Onder mij de mat
Het debuut ‘Onder mij de mat’ van Merlijn Huntjens heeft als thema een vechtsport, iets dat we niet vaak tegenkomen in de poëzie. Anneruth Wibaut vindt het een boeiend verhaal en zegt dat de dichter haar verschillende fysieke en transcendente zaken in de bewustzijnstoestand tussen de materiële en de immateriële wereld toonde: ‘Ik werd het spanningsveld binnen gevoerd tussen de uiterste lichaamsbeheersing die het trainen vraagt en een meditatieve houding.'
Nieuwsbrief 5 / 1 februari
Iemand toch
Jan Loogman kijkt naar zijn luisteraars die hun laatste levensfase in een staat van verwarring doormaken, zijn ze nog hun vroegere zelf? Wat weten zij van wie zij waren? Hij meent onzekerheid bij hen te voelen, maar het kan even zo goed zijn eigen projectie zijn. Wat vinden zij van zijn tekst? ‘Rottig’, zegt er een.
Nachten van de Poëzie, getekend: Guido Lauwaert
Een gloedvol eerbetoon van Marc Bruynseraede aan Guido Lauwaert, ‘de Gentse literaire gangmaker en vermetele schavuit, bekendste en beruchtste promotor van de poëzie, met onvoltooide middelbare schooljaren maar met een dosis lef’, die naast de Nachten van de Poëzie nog een heleboel andere literaire initiatieven heeft genomen, zowel op de scene als acteur, als in de media, als journalist.

Het commentaar op Hendrik Tollens
Hendrik Tollens (1780-1856) werd in zijn tijd gezien als de ware Volksdichter des Vaderlands. Zijn meesterwerk was het epos ‘De overwintering der Hollanders op Nova Zembla’. Hans Franse heeft het hergelezen en zegt: ‘Het is een vertelling op rijm, met veel dialoog en veel toespraken, de tranen vloeien rijkelijk, de opoffering voor het Vaderland springt eraf.’ Het commentaar op Hendrik Tollens.

Interview Liesbeth D'Hoker
‘Ik kan mijzelf geen leven zonder literatuur indenken’, zegt Liesbeth D’Hoker , ‘schrijvers hebben me met hun werk al zo vaak vergezeld op cruciale momenten. Als niets helpt, helpt kunst, helpt literatuur.’ Ze is een trage denker en dichter. Dingen moeten rusten, verzen moeten versterven. ‘Ik schrijf ik in absolute stilte, dan hoor ik hoe de verzen zich vormen in mijn hoofd.’

Matthias Haeck - Staat van Genade
Matthias Haeck won met zijn debuut ‘Staat van Genade’ de vijfde Zeef Poëzieprijs. Jac Janssen werd in eerste instantie niet geraakt door de inhoud en liet de bundel rusten. Een paar weken later sloeg hij hem weer open: ‘Ik begreep nog steeds niet alles, maar raakte gaandeweg steeds sterker onder de bekoring van de toon waaruit een bepaalde helderheid spreekt. Een intimiteit die zich toch niet helemaal prijsgeeft.’
Betty van Rijk
Betty van Rijk heeft een eigen geluid, zangerige nieuwe woorden die je meenemen in het landschap, mooie klanken en beelden in regels als ‘kinderstemmen / kletterwater, zingzangpannen op het fornuis /zomers zinderen onder zijn dunne haren’. Je ziet het voor je, terwijl ‘zijstroom schuift windrimpels toe / stortregen kreukelt uitzicht’ en je krijgt ‘zigzagogen, krampkaken’ en geniet de ‘taalflarden’.

Kris De Lameillieure - Onderkoorts
Je zou niet zeggen dat ‘Onderkoorts’ van Kris De Lameillieure een debuutbundel is. Het is een sterk en goed gecomponeerd geheel met beelden die ijzige gevoelens oproepen, volgens Tom Veys. Er lopen verschillende thema’s door elkaar heen. ‘’In ‘Onderkoorts’ is een seismograaf aan het werk. De complexe vaderportreten in de bundel, die hand in hand gaan met de zwart-wittinten, lezen als bijzondere poëzie.’’
Nieuwsbrief 4/ 25 januari
Lachen en dat wat onuitgesproken blijft
Willem Tjebbe Oostenbrink over de woorden lachen en vergeten. Ze houden verband met elkaar en ze staan op gespannen voet. Met lachen kun je jezelf en alles vergeten, alsof het moment jou geheel opslokt en er niets anders overblijft dan te lachen, te ontspannen, los van gedachten, troebelen, zorgen, spanning, alles los te laten, alleen maar lachen. Maar hoe werken ze in gedichten?
Peter Gielissen
Beklijvende en pakkende poëzie met een lichte paniek en wanhoop daarin, in een mooie melancholische sfeer, met concrete beelden en vergeefs zoeken naar en regels als ‘achtergelaten op / een pen misschien / of in de doffe glans van / een vergeten glas’ en ‘Ik ben aan de ommezijde, / maar nog niet aan de overkant’. Ergens moet het zijn.

Sarah de Koning - Tekstielen
'Tekstielen' is het debuut van Sarah de Koning. Francis Cromphout noemt de inhoud een barokke woordenvloed die virtuoos oogt. De teksten verwijzen naar dagboekaantekeningen, telefoongesprekken en kattenbelletjes. ''Het is een niet aflatende talige zoektocht. De dichter besluit die zoektocht treffend met deze onbeantwoorde vraag: 'hoe haalt men een gezwollen veulen uit een paard, een deur uit een huis, een gil uit een woord'.''
Interview Jac. M. Janssen
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het tweeënzestigste gesprek, met Jac. M. Janssen. Over het begin van een levenslange liefde: zijn eerste verzamelbundel, ‘Dichters van deze tijd’ (van Paul Rodenko, Sybren Polet en Gerrit Borgers, 23ste druk!). Hoe leerzaam het is om je als lezer af te vragen: wat vind ik van deze tekst en waarom vind ik dat? Hoe kom ik voorbij mijn subjectieve indruk?

Tonko Brem - Klavertjevier
In ‘Klavertjevier’ staan gedichten voor kinderen geschreven door Tonko Brem (pseudoniem van Antoon Van den Braembussche), de fleurige illustraties zijn van Marieke Janssen. Hettie Marzak vindt het geen bundel voor kinderen. Niet alleen omdat er uitdrukkingen in staan die kinderen niet kunnen begrijpen, maar omdat sommige gedichten seksistisch en discriminerend zijn. Dit stuit Marzak tegen de borst, hier kwets je kinderen mee.
