Richard Foqué – Hier staan wij

In 1972 verscheen Richard Foqués derde dichtbundel. Daarna bleef het bijna veertig jaar stil, tot in 2011 Te laat het landschap werd gepubliceerd. Sedert die terugkeer heeft Foqué nog drie bundels aan zijn oeuvre toegevoegd. In de nieuwste, Hier staan wij , treft de sobere, compacte taal en het picturale karakter van de verzen. Niet verwonderlijk voor een dichter die naam maakte als architect.

Lees verder

Victor Schiferli – De man van vroeger

Schiferli legt in De man van vroeger iets bloot dat raadselachtig blijft: hoe de mens, bewust van het feit dat hij sterfelijk is, er naar streeft om gezien te worden, een naam te zijn, voort te leven in zijn werk. Al die moeite daarvoor! De zinloosheid ervan.
De humor in deze poëzie heeft alles te maken met zijn heldere gevoel voor verhoudingen.

Lees verder

Co Woudsma – Hoogste zomer

In Hoogste zomer laat de Co Woudsma, althans de díchter Woudsma, zich kennen als een gekweld man. Dat levert goede, soms heel sterke gedichten op, vooral omdat hij zijn stemming vaak op humoristische wijze weergeeft. De wereld is bij tijd en wijle onverdraaglijk, maar gelukkig is er een uitweg in de verbeelding. Woudsma schrijft schijnbaar zo eenvoudig, dat je de gedichten makkelijk te snel leest. Ze zijn echter vrijwel zonder uitzondering een nadere beschouwing waard.

Lees verder

Frans van der Linden – ‘O, gouden, stralenshelle fantazie!’ Bloemlezing uit de poëzie van Louis Couperus

Louis Couperus (1863-1923) leeft voort als een van onze grootste romanciers, maar hij had gedurende een groot deel van zijn literaire carrière ook de ambitie als dichter te slagen. Relatief lang voor de verschijning van zijn eerste grote romans publiceerde hij lyrisch werk: Een lent van vaerzen, 1884, Orchideeën, 1886. In 1895 verscheen als laatste bundel Williswinde.
Frans van der Linden maakt met ”O, gouden, stralenshelle fantazie!’ Bloemlezing uit de poëzie van Louis Couperus’ diens dichtwerk voor de moderne lezer toegankelijk.

Lees verder

Inge Boulonois – Lichte en bonte gedichten

Met haar Heerhugowaardse gedichten, de bundeling van de gedichten die zij van 2011 tot 2015 als stadsdichter schreef, toonde Inge Boulonois al aan als dichteres niet alleen veelzijdig te zijn, maar vooral ook veel oog te hebben voor vormgeving en lay-out.
In de even inventieve als originele manier waarop zij woord en beeld verbindt, draagt wat dit betreft ook haar onlangs verschenen bundel light verse Lichte en bonte gedichten een duidelijke eigen signatuur.

Lees verder