Ilja Leonard Pfeijffer – De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten

Komrij heeft een opvolger van formaat. Zijn bloemlezing kun je zonder overdrijving De Dikke Pfeijffer noemen. Hij heeft een geheel eigen selectie gemaakt uit respect voor Komrij: een eigenzinnig bloemlezer volg je niet zomaar na. Dat maakt ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’ tot een imposante en bij tijd en wijle ook amusante bloemlezing. Een recensie door Hans Puper.

Lees verder

Paul van Ostaijen – Music-Hall

Honderd jaar geleden beleefde Vlaanderen een literaire aardschok, gevolgd door een van storm van verontwaardiging: Paul van Ostaijen, een dichter van nauwelijks twintig jaar, debuteerde met de bundel ‘Music-Hall’, over het uitgaansleven in Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Matthijs de Ridder bezorgde een mooie jublileumuitgave, waarin hij vijf nog niet eerder gepubliceerde gedichten opnam. In zijn nawoord gaat hij onder andere in op de poëtische ontwikkeling van de dichter tot aan de verschijning van zijn debuut. Een recensie van Paul Roelofsen.

Lees verder

H.C. ten Berge – Splendor

Licht speelde altijd al een belangrijke rol in de poëzie van H.C. ten Berge (winterlicht in sneeuwlandschappen bijvoorbeeld), maar in ‘Splendor’ toont hij zich een waar luminist. Zijn bundel fonkelt als een diamant. De gedichten zijn glashelder, geladen en ieder woord heeft een maximale werking in klank, ritme en betekenis. Deze bundel kun je niet ongelezen laten. Een recensie van Hans Puper.

Lees verder

Martijn Benders – Lippenspook

De nieuwe bundel van Martijn Benders, Lippenspook, heeft een ongeremdheid die zijn poëzie spannend en aantrekkelijk maakt, maar soms ook afstotelijk en vervreemdend is. Benders is eigenzinnig en we kunnen nog veel van hem verwachten. Welke kant het op zal gaan, blijft nog ongewis. Een recensie van Johan Reijmerink.

Lees verder

Poëzie Kort 2016 / 10

In ‘Poëzie Kort 2016/10’ bespreken Lennert Ras en Hans Puper ‘Het refrein van andermans leven’ van Arnold Jansen op de Haar, ‘Trommelbrood en Crucifix’ van Kees Engelhart, ‘Gedicht aan de duur’ van Peter Handke en het fotoboek ‘De Ommeloze’ van Carl Deseyn, met gedichten van Annie Reniers en Claude van de Berge.

Lees verder