Samen (1)

Vanwege het ‘samen’ dat als thema de Poëzieweek siert, kozen wij een vijftal gedichten waar het woord in voorkomt. Samen in allerlei betekenissen. Gedichten van Paul Eluard, Ted van Lieshout, Adriaan Roland Holst, Judith Herzberg en Roel Richelieu Van Londersele.

Lees verder

Astrid en Jana Arns

Niets bindt zo sterk als een gemeenschappelijke herinnering. Astrid en Jana Arns schreven over de dood van een vader, het gemis, het moederschap, het kind-zijn. Ontroerende en sterke beelden, met zinnen als “Taal is het speelgoed dat we kennen, maar hij zwijgt” (Astrid) en “Wij erfden witregels” (Jana). Astrid dicht “hier legt weemoed een korst om me heen, belemmert elke beweging” maar het stolsel beschermt.

Lees verder

Gaël van Heijst

Dichter Gaël van Heijst toont zijn taalvaardigheid voortdurend. Was er een wedstrijd voor de mooiste zin uit alle inzendingen van 2020 dan won zijn “achter een voordeur valt iemand in het slot” met glans. Zijn buitelende teksten schreeuwen om voorgedragen te worden, misschien staat u wel naast uw stoel en roept “we begrijpen wat u beweegt”.

Lees verder

René Dijkgraaf

Eigenlijk is het heel simpel, dicht René Dijkgraaf, “jij bent er, het is goed, jij bestaat”. Het gedicht als liefdesverklaring, ode aan het leven, en tegelijkertijd een nuchtere constatering, “zo gaat dat”. Er valt niets te begrijpen, “ze snapt mij allang, ze lacht”. Terwijl “het liefdeslandschap complex” kan zijn is “het universum voor God goed te doorgronden”.

Lees verder

Rogier de Jong

Een voorpublicatie uit zijn nieuwe bundel ‘Seinpost’ laat zien dat dichter Rogier de Jong wars is van gekunstelde poëzie. “Emoties moeten oprecht zijn. Heldere en beeldende taal is de beste manier om dat uit te drukken.” Zoals de zin “Eerst is er licht en dan is er niks” of “Pijn is een pias, een clown”, duidelijker kan niet.

Lees verder