Paul Bezembinder

In zijn profiel stelt dichter Paul Bezembinder dat hij in zijn werk de balans zoekt tussen serieuze poëzie, pastiche en smartlap, met veelal verwijzingen naar klassieke oudheid en filosofie. Een mooi voorbeeld hiervan is de regel ‘Alsof de wereld door een licht / van achteren beschenen wordt / en jij zozeer wordt bijgelicht dat /denken weer beschouwen wordt’. Heldere taal.

Lees verder

Joost van Gijzen

Een beetje donker, licht spottend, relativerend van toon loopt een liefde voor onze ogen af, laten we ons opnieuw wat wijsmaken, botsen we op elkaar terwijl we de weg zoeken en zijn we allemaal dezelfde sukkels die in het zwarte gat vallen tot alles zich oplost tot slechts één ding. Dichter Joost van Gijzen bewijst ons een dienst.

Lees verder

Eric van Loo

Eric van Loo gebruikt zijn poëzie om te kunnen omgaan met een haperende gezondheid. Dat levert naast filosofische teksten prachtige zinnen als “Verlichting is een te zwaar woord voor iets
dat in alle stilte vanzelfsprekend voelt.” Het is goed stil te staan bij dat wat we als zo vanzelfsprekend ervaren, het leven te voelen in alle facetten, ons hart iets terug te laten zeggen.

Lees verder

Sandra Roobaert

“Ik heb ons ontruimd”, schrijft Sandra Roobaert en dat wat overblijft, zien wij ‘overbelicht’ terug. Dichtend droomt ze dat ‘een kunstenaar ze allebei komt huren om er installaties in te bouwen’, hergebruik van onszelf en dat wat we verzamelen. Wie dit soort woorden als schatten beschouwt, kan alles maken en voegt naar believen nog meer toe.

Lees verder

Ruud Offermans

Ruud Offermans leert ons kijken. Met hem ‘trekken we de tijd vooruit’, ‘misschien brengt het ons naar nergens, misschien naar ergens maar vermoedelijk ook dat niet’. De melancholische berusting, ‘ik ben alleen maar waar ik ben achtergebleven’, lijkt niets maar is alles. Een verstild vergezicht, een eenvoud in verdieping. Een prachtige regel.

Lees verder