Bart Hoevenaars

Bart Hoevenaars combineert woorden en klanken en doet dat origineel en beeldend. Hoe mooi is de strofe, ‘Een windvlaag, haren in mijn ogen, nijlgans, meeuw en / zonglans via water in de bomen: zo heel nu /en dan leef ik nog tussen meetmomenten door.’ Glimlachend maar ook schrijnend is ‘maak tot slot de volgende zin af: Die van het leven.’

Lees verder

Paul Meeuws

Dichter Paul Meeuws onderscheidt zich met prachtige beelden in zijn vloeiende landschapspoëzie. ‘De jaargetijden stapelen zich in ons op’, ‘Jongzijn groeide met ons mee als een verlaten nest’, zo herkent ieder mens zich en relativeert zijn bestaan. Zijn we niet als bomen? ‘Al moeten de wortels verzonnen, zomers bedongen, de takken woedend doorschud’, we zetten ons schrap tegen het eeuwige vallen.

Lees verder

Hubert De Clercq

Goed geschreven verhalende gedichten met humor en enige ironie mogen hier en daar een beetje over the top zijn. Met herinneringen aan vroeger, geneurie in je oren, het geblaas van een misthoorn door de nacht, getatoeëerde letters, een hitsige ballerina, boenwas, witruimte, zeepbellen en sigarenrook. Niet vergeten: ‘Een gedicht is als een naakt persoon’.

Lees verder

Poëziewedstrijd Rob de Vos-prijs 2021

Poëziewedstrijden zijn razend populair en niet zonder reden. Zelfs dichters die wedstrijden in de poëzie vervloeken, laten zich verleiden om een gedicht in te sturen. En wij weten wel waarom, daarom is onze Rob de Vos-prijs ook populair. Je kunt de hele zomer nog meedoen. Er zijn mooi prijzen te winnen, maar draait het daar ook om?

Lees verder

Nina Vanhevel

Dichter Nina Vanhevel stelt eenvoudig dat ‘wat de toekomst is, is wat hierna zal komen’. Ze ziet zichzelf, moeder en kind. Een kopervink houdt zijn evenwicht, ‘een lichaam komt in korte stoten en gaat met lange halen’. Poëzie die uit een zin bestaat als ‘bloedmooi dat wel maar warrig oneindig’ en dan ‘dat ik tenminste zeker wist dat het op ons zal wachten’.

Lees verder