Carla Dura – Ongetemde kracht

Carla Dura gaf Ongetemde kracht als ondertitel mee Gedichtencyclus rond schrijver, uitgever en idealist Wim J. Simons. Heel expliciet wordt de bundel in een herdenkingskader geplaatst, maar het is gelukkig niet zo, dat de lezer zich ongemakkelijk moet voelen, omdat hij de tranen van een treurende weduwe over zich heen krijgt.
‘wanneer alsof het laatste woord heeft/ hoe heten dan alle woorden voordien.’ Wie zo’n regel kan schrijven, begrijpt iets van taal en van poëzie, stelt Joop Leibbrand vast.

Lees verder

Aletta C. Beaujon – De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue

Met De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue geeft uitgeverij In de Knipscheer de verzamelde gedichten van Aletta C. Beaujon (Curaçao 1933 – Aruba 2001) uit. De bundel bestaat uit Gedichten aan de Baai en elders, in 1957 gepubliceerd als dubbelnummer van het literaire tijdschrift Antilliaanse Cahiers en Words washed away / Weggespoelde woorden, gedichten die niet lang geleden in een oude Haagse kantooragenda gevonden werden.
‘Hoe zeer dit ook jeugdwerk is en de onderlinge stijlverschillen in de gedichten verraden dat zij duidelijk zoekende is en allerlei registers uitprobeert, […] daarachter klinkt wel degelijk een specifiek on-Hollands eigen geluid: zintuiglijk, picturaal, ongebonden, vrij. Kosmopolitisch ook, want in haar gedichten stapt zij moeiteloos over van de Antillen naar Amsterdam, en van daar naar Griekenland, met name het eiland Delos, waar veel gedichten, vooral ook de Engelstalige, gesitueerd zijn.’ Aldus Joop Leibbrand in zijn recensie.

Lees verder

Jane Leisink – Er is weinig aan de lente veranderd

In weinig andere bundels van dit jaar valt volgens Joop Leibbrand zoveel te beleven als in Er is weinig aan de lente veranderd van Jane Leusink. Hij is episch en lyrisch tegelijk, even uitdagend als toegankelijk, even experimenteel als beheerst, en daarbij is het opvallend hoe zelfbewust en met hoeveel overtuiging Leusink schrijft, zich nergens forceert, zich ook nergens behaagziek toont. Het belangrijkste: met taal bereidt zij haar gedichten, als taal dient zij ze op en vermijdt daarbij de makkelijke smaken, al gaat zij een enkele amuses niet uit de weg en is iets pesterigs haar niet vreemd. Het is een bundel waarmee je niet snel klaar bent, omdat je bij iedere herlezing in de meeste gedichten weliswaar nieuwe ontdekkingen doet, maar tegelijk een geheimzinnig, weerbarstig blijvend filosofisch ‘iets’ niet doorgrondt, hoe smakelijk en begripvol het in zijn coherentie ook wordt opgediend.’

Lees verder

Toon Tellegen – Stof dat als een meisje

In Stof dat als een meisje is Tellegen een knap vertolker van de stress die de mens ondergaat in het moeizame proces tot verinnerlijking van relationele problemen, en verhoudingen tot de natuur. Emily Kocken concludeert: “Dus dat doet de dichter sterk en onverveerd: de mens spat springlevend van het vel terwijl hij op de tafel slaat: ‘Ik kan niet leven.’ En Tellegen zegt, zacht, eeuwig met zichzelf in de contramine: ‘… en hij leefde langdurig en nauwgezet.’ Geen ingewikkelde toestanden of wereldschokkende esthetische ervaring, maar wel even, fijntjes, de mondhoeken omhoog.”

Lees verder

Juliën Holtrigter – Het feest van de schemer

In Juliën Holtrigters nieuwe bundel Het feest van de schemer is de poëzie zowel qua taal als qua beelden wel van een overweldigende rijkheid, maar zij biedt tegelijk ook weinig houvast. Bouke Vlierhuis moest zich een weg banen door een labyrint van religieuze symbolen, jeugdherinneringen, bespiegelingen op de toestand van de wereld en anekdotiek. Een ontdekkingstocht door het overvolle hoofd van een uiterst originele dichter.

Lees verder