Maarten van den Berg – Traktaatjes

Zeldzaam mooi zijn in Maarten van den Bergs Traktaatjes vorm en inhoud vervlochten. Deze dichter spreekt keer op keer met twee woorden, stelt Marijntje Gerling vast. Lees de recensie om te zien hoe dat gaat!

Lees verder

Sylvie Marie – Zonder

Voor Bouke Vlierhuis is de cyclus ‘Moedermomenten (zonder moeder)’ het pièce de résistance van Sylvie Marie’s debuutbundel Zonder: een weergaloze cyclus vol ingehouden woede en schuldgevoel, een genadeloze analyse van een jeugd in een moeilijk gezin.

Lees verder

Frans Budé – Bestendig verblijf

Poëzie Kort: Vijfentwintig jaar Budé door Bert van Weenen Sinds 1984 publiceerde de Limburgse dichter Frans Budé (1945) bij uitgeverij J.M. Meulenhoff in totaal elf dichtbundels: Vlammend marmer, Een leem, Grenswacht, Nachtdroom, De onderwaterwind, Maaltijd, In Remersdaal, Alles gaande, De trein loopt prachtig binnen, Blauwe rijst en onlangs zijn nieuwste Bestendig verblijf. In het gelijktijdig met Bestendig verblijf verschenen essay Dat niets meer voorbijgaat verdedigt Morriën-biograaf Rob Molin Budé tegen allerlei aantijgingen van epigonisme. Na Gerrit Kouwenaar, Hans Faverey en H.C. ten Berge is er gewoon een nieuwe generatie dichters gekomen voor wie het autonome karakter van de poëzie steeds […]

Lees verder

Rob Molin – Dat niets meer voorbijgaat

Poëzie Kort: Reparateur van de tijd door Bert van Weenen Het jubileum van een dichter vieren met een doorwrocht, goed leesbaar overzichtsartikel, dat is niet eens zo’n gek idee. Morriën-biograaf Rob Molin schreef zo’n artikel over Frans Budé (1945), de Maastrichtse dichter die in 1984 bij Meulenhoff debuteerde met de bundel Vlammend marmer en inmiddels alweer vijfentwintig jaar meedraait in het Nederlandse poëziecircuit. Sinds dat debuut heeft Budé volgens Molin ‘een ontwikkelingsgang zonder omwentelingen doorgemaakt. Hoogstens accentverschuivingen deden zich voor. De toon van het gehele oeuvre was in Vlammend marmer gezet.’ Molin wijst de dood aan als het centrale thema […]

Lees verder

Lenze L. Bouwers – Woorden om het licht te horen

‘Bijna honderd rondelen in één bundel, is dat niet wat te veel van het goede?’, vraagt Johan Reijmerink zich af bij het lezen van Lenze L. Bouwers’ Woorden om het licht te horen. Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de vorm zo nu en dan zijn suprematie over de inhoud opeist. Veel van Bouwers’ gedichten zijn doordesemd van religiositeit en godsbesef, maar de dichter wordt ondanks zijn wat gesloten wereldbeeld gecomplimenteeerd met zijn zorgvuldige en fraaie taalgebruik.

Lees verder