Ina Stabergh – Darwin en ik

In Darwin en ik van Ina Stabergh is de natuur een spiegel, die laat zien dat goedbeschouwd de wereld zo diep is als de hemel hoog. Ivan Sacharov vraagt zich af of Stabergh nu echt de ‘hulp’ van Darwin nodig had om haar poëzie te kunnen schrijven.

Lees verder

Fleur Bourgonje – Hartenbeest

Hartenbeest van Fleur Bourgonje heeft als belangwekkende kern de vraag of en hoe je in taal kunt herroepen wat de geschiedenis vernietigd heeft. De vernietiger is hier het fascistische regime waar Bourgonje de nodige ervaring mee opdeed. Eerst met het Chili van na Allende, later in Argentinië waar ze sociale psychologie studeerde, en na de staatsgreep daar in Venezuela waar ze onderzoek deed naar het verband tussen armoede en prostitutie.
De dichter wil een verbond sluiten met noodzakelijke woorden. Niet om de pijn weg te masseren, maar juist om die tot aanschijn te roepen en te verweven met het bestaan. Aldus maarten Hamelink.

Lees verder

Krikor Momdjian – Orange Moon

‘Krikor Momdjian schrijft poëzie zoals je die je die alleen zou kunnen schrijven als je van buiten Nederland afkomstig bent en niet eerst door het slijk van de Vijftigers heen je weg hebt hoeven vinden. Oprecht is hij in zijn werk op zoek naar de ontmoeting met het leven.’ Joris Lenstra over Orange Moon.

Lees verder

Carla Dura – Ongetemde kracht

Carla Dura gaf Ongetemde kracht als ondertitel mee Gedichtencyclus rond schrijver, uitgever en idealist Wim J. Simons. Heel expliciet wordt de bundel in een herdenkingskader geplaatst, maar het is gelukkig niet zo, dat de lezer zich ongemakkelijk moet voelen, omdat hij de tranen van een treurende weduwe over zich heen krijgt.
‘wanneer alsof het laatste woord heeft/ hoe heten dan alle woorden voordien.’ Wie zo’n regel kan schrijven, begrijpt iets van taal en van poëzie, stelt Joop Leibbrand vast.

Lees verder