LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Gedichten
Gedichten
Herlinda Vekemans Ark
Svalbard Global Seed Vault
Olivier Messiaen – Saint Francois d’Assise (1975-1983)
in Spitsbergen 120 meter diep binnen in de berg 130 meter ver van de stijgende zeespiegel met het oog onbewogen op de horizon van de tijd beschermd in de palm van de aarde dicht aan gods borst slapen de zaden
Gedichten
Gedichten
Ria Zifkamp Soms, wanneer ik eerder lig dan jij, leg ik een hand op borst of dij, hervindt mijn greep een licht-verwonderd zoeken langs de lijnen. Als kind al koesterde ik zo mijzelf. Verbaasd dat dit - dit denken en dit bloed - voorgoed eens zou verdwijnen.
Vier gedichten
Vier gedichten
Robert Israel (1949) Hij slaapt het hoofd op balkenroom geleund hapt naar langsvliegende beelden honden ook die blaffen én bijten geen droom die hem vreemder dan zijn eigen lekkende verhaal Hij waakt gespitst op de meest iele golf die zachtjes door het donker drijft bereid een bestaan te bevechten waarvan hij nauwelijks weet had en wat hij wist is vergeten Hij wacht op de landing van het licht op wat smelt als de adem hervat zonder de longen te schuren warmte die ergens een bron heeft Hij sluit de ogen
Gedichten
Gedichten
Wouter van Heiningen Zoet Alles ruikt naar chocola de pepermunt is voor na achten die mevrouw van nummer 112 steekt een stukje puur tussen haar kunsttanden, haar lippen donkerbruin zelfs de donshaartjes op haar bovenlip kleven zoetgeurend aan elkaar als ware het een gel die een breekbaar gezicht bij elkaar houdt Ze likt de lippen, de mondhoeken krullen, alles smaakt naar chocola.
Gedichten
Gedichten
David Troch gent en ik op schoolreis leerde ik u kennen als tuig dat allemans armen en benen uit wou rekken. terstond stopte ik met groeien. zo perplex was ik. maar ook ik speelde de verbeelding van het kind kwijt en keerde koen en onverschrokken naar u terug. ik deelde dorst en honger, botste aan een schoolpoort tegen een geweldige liefde op. zo wist u mij te strikken. toch durf ik niet te stellen dat ik mijn laatste woorden lukraak bij u neerleg. ik ben vaak van u weg.
Gedichten
Gedichten
Miriam Van hee boottocht wat ook het doel van de reis wel mag wezen, zeker is dat wij de duistere helft tegemoet gaan, eilanden scheren voorbij zon is nog waar wij haar zien, op andere schepen, op zichtbare afstand, op de golven fonkelen onkenbare sterren van water achter glas varen wij, in een droom, waar niemand ons raken kan van op het land, wij klieven het water in twee, wij twijfelen niet, het is een andere klank, wij stellen ons voor hoe de vogels ontwaken, hoe in de ene na de andere boom hun gezang aanzwelt, van land en water en van verlangen zijn wij gemaakt
Gedichten
Gedichten
Huub Beurskens HOTEL EDEN Was het voor God geen al te menselijke blamage om in zijn hof een boom te planten en een wezen, zich bewust van goed noch kwaad, de wacht aan te zeggen, wetende dat het ervan eten zou, door de eerste schuld te geven aan diens vrouw? Geen wonder dat de kogels fluiten dag en nacht, dat we dol van woorden blijven dolen, kezen, pezen, moorden in heel de zelf aangerichte ravage waaruit we terug willen op die Plantage, als slaven harken of als varkens wroeten desnoods, om stil ons verworven inzicht te laven aan dat bitterzoete en in de avondkoelte God opnieuw te ontmoeten. Of worden we dan weer ledenpoppen zonder wil? Liever een kamer met uitzicht, op graven desnoods.
Gedichten
Gedichten
Nathalie van Meurs Witte Was Onze witte was hing uit te waaien naast de zandbak en de glijbaan ik koesterde de schelpfiguurtjes die jij maakte, alleen om mij gerust te stellen, dat zelfs zand geen vaste gedaante heeft en ik zat daar toen mijn gezicht nog vormen moest mijn oogopslag al vast lag in jong gespannen vel op het vissersstoeltje dat mijn lichaam droeg maar later een poot zou missen en ik wist: deze tenen zullen maar eenmaal mijn evenwicht zijn
Gedichten
Gedichten
Maarten van der Graaff Het zijn deze trends om zich te ontdoen van geloof in vergadering van diepe aarde om zich te ontdooien naar het lot van de dobbelsteen zal worden gecodeerd staat u mij toe een laatste keer te denken aan het nageslacht opdat dit niet significant verpietert met startersnonchalance Wij schrijven Apocalyps. Ze zeggen dat binnenkort de regering valt of in ieder geval ontspant. Nooit vertrouwd raken met iemand. Nooit een hand geven. Honderdduizend metaforen voor het leven als toekomstige pausen beijveren zich. Het zijn deze trends: huiduitslag, onverteerbare dagen.